Vorig seizoen maakte Guy Cassiers een prachtige theatervoorstelling naar het beroemde filmscenaio van Marguerite Duras, Hiroshima mon Amour. Het terughoudende maar heel intense spel, het subtiel gebruik van videobeelden en natuurlijk de bedwelmende taal van Duras maakten de voorstelling tot een bijzondere gebeurtenis.

Voor het Vlaamse kunstencentrum Limelight regisseerde Cassiers opnieuw een filmscript: Le Beau Mariage, de tweede van een reeks die regisseur Eric Rohmer begin jaren tachtig maakte over jonge mensen en hun amoureuze dilemma's. Het is een lichtvoetige komedie over de vrijgevochten kunstgeschiedenisstudente Sabine die op een dag besluit dat ze hoe dan ook wil trouwen.

De voorstelling begint met treingeluiden en een voice-over' die vertelt over de blikken die Sabine wisselt met de jongeman tegenover haar. Vervolgens treedt Sabine naar voren en leren wij haar kennen, in korte, snel wisselende fragmenten. Ze neemt afscheid van haar minnaar, een gehuwde kunstschilder en vertelt haar boezemvriendin Clarice over haar besluit om te gaan trouwen: "Ik ben impulsief, daarom heb ik principes nodig." Ze laat haar oog vallen op Edmond: vrijgezel, nog jong genoeg en een glansrijke carrière als advocaat in het verschiet. Er is echter meer nodig voor de liefde dan principes en vaste voornemens en na de nodige misverstanden lopen haar pogingen Edmond voor zich te winnen op niets uit.

Geestig zijn vooral de gedachtengangen van de verschillende personages over wat De Liefde zou moeten wezen, waarin allerlei hedendaagse en wat meer ouderwetse opvattingen op hun merites worden beoordeeld. Sabine zoekt iemand die haar "verheft" en het verwijt van haar moeder dat ze praat als een negentiende eeuwse vrouw lapt ze aan haar laars. Ze is eigenzinnig in haar tegendraadse verlangens en dat maakt haar als personage sympathiek. De rol van Edmond komt in de toneelbewerking minder uit de verf: waarom hij haar liefde' niet beantwoordt, blijft onduidelijk, al put hij zich aan het eind uit in steeds vager klinkende verontschuldigingen. De voorstelling is sober geënsceneerd, zonder veel poespas, tegen een al even eenvoudig decor van panelen, bewerkt met verschillende soorten -typisch Belgisch- bloemetjesbehang. Door het stuk op toneel te zetten, wordt zeker iets toegevoegd: de snelle gedaanteverwisselingen -de acteurs spelen, met uitzondering van Sabine, elk twee, drie rollen-benadrukken de lol van toneel maken. Wat ontbreekt, is de psychologische geloofwaardigheid van de personages die in de film waarschijnlijk meer uitgewerkt is in details, maar hier door de grofmazige benadering wel erg aan de oppervlakte blijft hangen.