Als levensgrote standbeelden zitten de doden na de pauze te wachten op wat komen gaat. Misschien zijn ze nog wel meer aanwezig dan tijdens hun leven. In Rouw past Electra schetst Eugene O'Neill nauwgezet de pathologische verbintenissen van een familie; de oude Freud zou er zijn vingers bij aflikken en het is trouwens niet ondenkbaar dat hij het in 1931 geschreven Rouw past Electra daadwerkelijk gezien of gelezen heeft.
O'Neill baseerde zijn verhaal op de Oresteia van Aischylos waarin Agamemnon vermoord wordt door zijn vrouw Klytaimnestra en haar minnaar Aigisthos. Agamemnon heet hier Ezra Mannon, zijn vrouw Christine Mannon en haar minnaar Adam Brant. O'Neill verplaatste de handeling naar het puriteinse New England aan het eind van de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865). Een milieu waarin elke seksuele handeling als zonde werd gezien, elke uiting van vreugde als losbandigheid, met een verstikkende moraal van dienstbaarheid en zelfdiscipline. Waar Aischylos' personages worden getroffen door het noodlot en speelbal zijn van de goden, daar is de familie Mannon vooral slachtoffer van die rigide moraal.
In vaak vlijmscherpe dialogen schetst O'Neill de onderlinge verhoudingen: een dochter die haar moeder haat en omgekeerd, een incestueuze moeder-zoon-relatie, een dochter die al haar seksuele verlangens projecteert op de afwezige vader, een huwelijk zonder passie en het onvermijdelijke overspel; jaloezie tussen broer en zus, verschil in afkomst (de minnaar Adam Brant is geboren uit een overspelige relatie van vader Mannon met de dienstmeid), het kan niet op.
Agaath Witteman heeft gekozen voor een tijdloze achtergrond: een monumentale trap vormt het decor, er bovenop twee zuilen en op de voorgrond een ondiepe vijver. De personages bevinden zich op de voorgrond, vaak spreken ze het publiek toe. Een wat statische enscenering, die nog wordt versterkt door de (fraaie) belichting en de kostumering: witte pakken voor de mannen, wijde koepelrokken voor de dames. Blote voeten eronder, als om hun kwetsbaarheid te benadrukken. Het spel is sterk wisselend. De hoofdrolspelers, vooral Marie-Louise Stheins, Josee Ruiter en Carol van Herwijnen, zijn ervaren acteurs, die, al kun je van mening verschillen over hun interpretatie die mij veel te vet was, in elk geval overtuigende rollen neerzetten. Dat gold niet voor de andere rollen, die het stuk wat meer schwung en humor hadden kunnen geven, maar nu vooral bloedeloosheid opleveren. Dat is jammer want hoewel Rouw past Electra wat gedateerd aandoet, is het een knap geschreven stuk waarin prachtige scenes voorkomen. In deze versie is het vooral gefundenes Fressen voor Freud-adepten en liefhebbers van het ouderwetse toneel, dat van het grote gebaar en de zware dramatiek.