'De kansen op een totale ramp zijn ontelbaar': met de openingszin is de toon gezet. In de wereld van de Amerikaanse schrijver Paul Auster is de enige zekerheid dat niks zeker is. Op elk moment kan er van alles uit de lucht komen vallen. Letterlijk gebeurt dat ook een paar keer in de voorstelling die toneelgezelschap De Tijd maakte, geïnspireerd op het werk van Auster: it don't mean a thing if it ain't got that swing. Al meteen in het begin dondert een flinke baksteen met een klap naar beneden, vlak naast de acteurs. Ze kijken er niet van op of om; onbewogen gaan ze door met hun verhaal. Ze spreken, met een ondertoon van melancholie, dicht op de microfoons die voor hen staan.
Acteurs Jurgen Delnaet en Rosa Vandervost hebben lang gegrasduind in het rijke oeuvre van Paul Auster en fragmenten gekozen uit romans als The New York Trilogy en Moon Palace maar ook uit het scenario voor de film The Inner Life of Martin Frost. Kenmerkend voor al zijn werk is het gegeven dat de mens als het ware zijn eigen detective is: zwervend langs de straten zoekt het personage zichzelf. De zoektocht naar de zin van het leven loopt parallel met die naar de zin van het verhalen vertellen. Die dubbelheid komt goed tot uiting in de toneeltekst. Soms spelen de acteurs personages uit Austers boeken, soms klinken ze als de schrijver wanneer hij zichzelf vragen stelt over zijn eigen verhaal, soms vertellen ze letterlijk zijn verhalen.
De fragmenten lijken nogal willekeurig met elkaar verbonden, net als de muziekflarden, die af en toe klinken - muziek van eind jaren zestig: Otis Redding, Jimi Hendrix, Janis Joplin. De vormgeving, een wasrek met stropdassen en en paar mooie, oude deuren die los in de ruimte staan, is sober. Een rode draad ontbreekt.
Ernst, toewijding en een gevoel van verlies zijn constanten in het werk van De Tijd, dat zich vaak laat inspireren door de grote schrijvers. Het is mooi om te zien hoe de acteurs zich tot de tekst verhouden, alsof ze zichzelf zo weerloos, zo naakt mogelijk maken, om des te intenser tot de tekst door te kunnen dringen. Vaak levert deze werkwijze indringende voorstellingen op die soms een bijna sacraal karakter hebben. De keerzijde van de beschouwende vertelstijl, gecombineerd met een sobere vormgeving, is dat de saaiheid op de loer ligt. In it don't mean a thing if it ain't got that swing overheerst de monotonie. De 'swing' ontbreekt: de acteurs bewegen nauwelijks, er is geen enkele actie en de humor ontbreekt. De Tijd doet een beroep op de verbeeldingskracht van de toeschouwer. In dit geval een te groot beroep.