Als een voetballer zonder bal voelt hij zich: vol daadkracht maar volstrekt machteloos. Generaal Dallaire leest voor uit zijn dagboek; hij was erbij in april 1994 toen in Rwanda een van de meest vreselijke volkerenmoorden uit de geschiedenis plaatsvond.
Generaal D. is een semi-documentaire toneelvoorstelling, geregisseerd door Guido Kleene. Hij is gefascineerd geraakt door het verhaal van de generaal die destijds verantwoordelijk was voor de VN-macht in Rwanda, getuige was van de slachtpartijen maar van de VN geen mandaat kreeg om in te grijpen. Het uitgangspunt voor de voorstelling is de vraag: ben je medeschuldig wanneer je toekijkt zonder in te grijpen als er iemand wordt vermoord? In de voorstelling is de vraag die natuurlijk van alle tijden en culturen is, toegespitst op twee concrete situaties. Ten eerste op de positie van generaal D. die klem zat tussen onmogelijke opgaven en ten tweede op het verhaal van De Mol.
Kleene baseert zijn stuk op een interview met Dallaire en op verslagen van andere betrokkenen. Het stuk begint met een nagespeeld interview dat zo uit een actualiteitenrubriek afkomstig zou kunnen zijn. Gaandeweg komt het drama dichterbij en af en toe slagen de makers erin om er naast een belangwekkend en informatief politiek debat ook daadwerkelijk theater van te maken. Zoals in de scène op de dag dat de president wordt vermoord en de hel pas goed losbarst: door van alle kanten vragen af te vuren op de verantwoordelijke bevelhebber, generaal Dallaire, wordt duidelijk hoe groot de druk op zo'n moment is en hoe willekeurig beslissingen soms kunnen zijn. En zeker in de scène waarin De Mol, een soldaat van de speciale troepen, verslag doet van zijn nachtelijke tocht van Oeganda naar de hoofdstad Dakar, dwars door de massaslachtingen heen. Hoewel ook hij de opdracht had zich afzijdig te houden, heeft hij wél ingegrepen: op het moment dat twee kinderen voor zijn ogen vermoord dreigden te worden.
De voorstelling roept veel vragen op, van politieke en morele aard, maar ook over het nut en de functie van theater. Niet alle lijnen worden diepgaand uitgewerkt: uiteindelijk kom je over de persoon van generaal D. niet zo heel veel meer te weten dan dat hij het moeilijk heeft gehad. Jack Vecht speelt de generaal met een verbetenheid die weinig ruimte laat voor nuances. Doordat zowel politieke, militaire als persoonlijke aspecten worden aangeroerd, verspringt de focus van het stuk steeds. Dat neemt niet weg dat Generaal D. een moedige voorstelling is waarin een poging wordt ondernomen om complexe maatschappelijke dilemma's in theatrale vorm neer te zetten. Alleen al de keuze voor het thema is een statement, zeker in deze tijd van verpretparkisering van televisie en theater.