De politieagent heeft een snor en een pet; de dokter een pijp in de mondhoek, waardoor hij nog bekakter articuleert dan hij normaal al zou doen. De buurmannen zijn kaal en saai, de buurvrouwen dragen hoedjes en gluren voortdurend over de heg heen of er niks onordentelijks gebeurt. We bevinden ons duidelijk in de vroege jaren zestig, de tijd dat 'geluk nog heel gewoon' was, maar waar ook de voedingsbodem ligt voor de opstandige gevoelens van nog geen tien jaar later. In die tijd schreef Annie M.G. Schmidt een in de vergetelheid geraakte krantenstrip over Tante Patent, een keurig dametje, dat in een keurig Hollands stadje woont, met keurige buren. Haar lijfspreuk: "Het leven is gemakkelijk, als je maar gewoon doet". Je zou Tante Patent kunnen zien als een kreukvrije voorgangster van Zuster Klivia, uit Ja Zuster Nee Zuster, dat een paar jaar geleden door Rieks Swarte met veel succes werd uitgebracht bij het ro theater, met Loes Luca in de hoofdrol. Rieks Swarte brengt nu met zijn eigen gezelschap een van de stripavonturen, Tante Patent en de grote Sof, tot leven en hoe!
Het verhaal is niet meer dan een kapstok, waar Rieks Swarte mee aan de haal gaat, in de van hem bekende mix van zelfgemaakte, fantasierijke decorstukken, rekwisieten, poppen en met acteurs die in en uit hun rol stappen. De keurige Tante Patent wordt belaagd door de Batavier de Grote Sof, die een offervat terug wil dat bij toeval in het tuintje van Tante Patent is opgegraven. Dat leidt tot doldwaze avonturen en een heuse achtervolging met loeiende sirenes. Het biedt regisseur Rieks Swarte vooral de mogelijkheid om via de ogen van een vreemde buitenstaander- de Batavier- de eigen zeden en gewoonten eens messcherp onder de loep te nemen. Want hoe keurig zijn die glurende buurvrouwen eigenlijk? En hoe betrouwbaar is de dokter? Als het erop aan komt, heeft iedereen een dubbele agenda. Behalve Tante Patent dan, die alleen het goede nastreeft voor iedereen en haar lijfspreuk navolgt: "Het leven is gemakkelijk, als je maar gewoon doet".
De saaie buurmannen gaan, geïnspireerd door de Batavier, totaal los met knotsen en vachten, op zoek naar de oermens in zichzelf. Het hele keurige stadje staat op zijn kop, tot aan het eind natuurlijk alles weer goed komt en iedereen zijn lesje geleerd heeft. Tante Patent is een feestelijke voorstelling, vooral door de liefdevolle en fantasierijke manier waarop Rieks Swarte de voorstelling heeft vormgegeven. De door Fay Lovsky verzorgde muziek is perfect gekozen, het spel van de acteurs schakelt naadloos tussen ingeleefd en ironisch en vooral de manier waarop simpele voorwerpen worden ingezet is briljant. Met als hilarisch hoogtepunt het evangelisch jongerenkoor, dat uit niet meer dan een paar kniekousen met erboven getekende mondjes en oogjes bestaat.
Tante Patent is een ode aan het leven en aan het theater. Een feest om naar te kijken voor jong en oud.