De twee vrienden doen het bijna in hun broek van het lachen. Achilles en Patroclos slaan zich op de benen van plezier, tot een van hen zich realiseert hoe ze er binnenkort aan toe zullen zijn, als jonggestorven Griekse helden: liggend op de rug met een hap zand in de mond.

De sterfelijkheid van de mens vormt het centrale thema in de voorstelling Morgen misschien..., uitgebracht door Het Toneelhuis in regie van Tom Jansen. De voorstelling is gebaseerd op het boek Gesprekken met Leuco van de Italiaanse schrijver Cesare Pavese, dat bestaat uit een aantal dialogen van mythologische figuren uit de Griekse oudheid. Het stuk wordt gespeeld door drie acteurs, waaronder Tom Jansen, die ook tekent voor de regie en een aantal van de dialogen bewerkte.

Het decor bestaat uit een eenvoudig huisje waarin een houten trap leidt naar de bovenverdieping. In een gouden lijst worden beelden geprojecteerd van de ondergaande zon, van voorbijdrijvende wolken of van de maan en de sterren. Daar bevindt zich de Olympos, de godenwereld, ver verheven boven de nietige mensheid.

Door kleine grepen uit de verkleedkist, veranderen de acteurs van personage. Zo verbeelden twee witte rococo kragen vlokjes zeeschuim. Sappho en de nymf Britomart klagen over de saaiheid van het bestaan, want oh, wat gebeurt er weinig als je een vlokje zeeschuim bent. Het besef van sterfelijkheid mag dan misschien een fikse domper op het menselijk bestaan zetten, maar stel je toch voor dat we alsmaar moesten blijven leven. De worsteling van de mensen met hun wrede lot vormt een bron van meewarigheid voor de goden, die wel beschikken over het eeuwig leven.

Een mooie scène vormt de monoloog van Circe, de tovenares die alle mannen op haar eiland verleidde, op Odysseus na. Marlies Heuer maakt een prachtige rol van Circe, zij betovert het publiek met haar gefrustreerde verlangens. Ook het verhaal van Orpheus die naar de onderwereld trekt om zijn gestorven Eurydice te gaan halen, krijgt een heel nieuwe dimensie in deze bewerking. Het gaat dan over veel meer dan over sterfelijkheid alleen, het gaat over herinnering en verlangen, over onvermogen om te genieten van het nu en over de weemoed naar een vroeger dat misschien wel nooit bestaan heeft.

De teksten zijn poëtisch en vormen geen gemakkelijke kost. Vooral in het begin worden ze vrij statisch gebracht; als de personages - inclusief de goden - meer mensen van vlees en bloed worden, raakt de tekst meer. De subtiele humor doet dan wonderen en geeft de voorstelling vleugels.