Is de een haar echtgenoot en de ander haar zoon? Of woont de vrouw soms samen met haar man en haar minnaar? Is er sprake van een familierelatie?
Wat precies de verhouding tussen de vrouw en de twee mannen in Banden, het nieuwe stuk van Theatergroep Carver is, blijft gissen. De vrouw (Beppie Melissen) is dominant en vooral tegen de oudere man (Jim van der Woude) gaat ze vaak tekeer. Als hij schuchter probeert wat te zeggen: "Ik zou...", schreeuwt ze stampvoetend NEE NEE NEE! Duidelijk wordt dat hij er het beroerdst aan toe is. In het armetierige kamertje dat tegelijk dienst doet als woonkamer, slaapkamer en keuken, is hij bijna altijd teveel. Niet dat hij er zich veel van aantrekt, hij zorgt voor een permanente staat van dronkenschap. Wankelend komt hij binnen en klampt zich vast aan het gasfornuis, waar Jim van der Woude overigens een meesterlijke scène van maakt. Hij zingt een dronkemanslied dat uit onnavolgbare Russische klanken lijkt opgebouwd en ziet tenslotte zijn kans schoon: hij kruipt bovenop de vrouw die op het bankbed wanhopig probeert door te slapen.
De andere man (Martin Hofstra) is een kordaat type met een werkplaats van afgeleefde fietsbanden. Hofstra heeft jarenlang deel uitgemaakt van Alex d'Electrique en dat is te merken aan zijn fysieke, no nonsense speelstijl. Tegenover het subtiele acteergeweld van Beppie Melissen en Jim van der Woude, krijgt zijn personage te weinig contouren. De regiekeuzes geven hem ook niet veel kansen. Zo klautert hij behendig door een luikje naar boven, uit de benauwenis van die kleine armoedige kamer. Je ziet hem dan in silhouet op zolder bewegen, maar wat hij daar uitspookt en waarom, wordt niet duidelijk.
Er wordt nauwelijks gesproken in het stuk en je zou bijna willen dat de tekst helemaal beperkt zou blijven tot onverstaanbare klanken. Het gaat in deze voorstelling niet om inleving of in psychologische karakterontwikkeling.
Banden geeft een sfeerschets van een treurig milieu waarin de communicatie vooral bestaat uit afhouden en wegduwen. Dat leidt tot een aantal mooie scènes. Zo verkent Jim van der Woude de krochten van de menselijke eenzaamheid door met zijn (nep-) hond te gaan tongen. Een schaars moment van geluk bereikt de vrouw wanneer na een stoombad - temidden van de fietsbanden staat een dampende tobbe met ervoor twee emmers waarin ze haar benen kan steken - haar teennagels worden geknipt. Weer een typisch Alex d'Electrique-effect, de nagels springen alle kanten uit.
Ondanks de fraaie sfeerbeelden en het bij Carver altijd uitstekende spel, is Banden te weinig helder en te fragmentarisch. Wat die vrouw en die twee mannen nou aan elkaar bindt, is ook aan het slot nog onduidelijk.