Hij zit, hij zapt, hij kauwt, hij pakt verveeld de afstandsbediening, waarmee hij een speelgoedauto rondjes laat rijden, hij ruikt eens aan een sok en staart in het luchtledige. Sander Plukaard speelt de rol van de jonge oneindig verveelde tienerprins Hippolytus met verve. Knap hoe hij zijn personage neerzet met niks doen (een hele generatie word herkenbaar) op de tunes van een gemiddelde televisiemiddag: een onnozel quizje, wasmiddel-reclames, gymnastiek voor bejaarden. Op de achtergrond wordt langzaam een sprookjesbos zichtbaar, prachtig verlicht, waarin gaandeweg de contouren zichtbaar worden van de andere personages: Phaedra, de koningin en stiefmoeder van Hippolytus, zijn stiefzusje en zijn psychiater. De verbinding tussen de twee werelden, de realistische zapwereld van Hippolytus en de sprookjeswereld daarachter, wordt gevormd door een lange tafel, een ingenieus decor van Ruben Wijnstok.
Phaedra's love is een toneelstuk van Sarah Kane uit 1996. Het is luchtiger dan haar laatste stukken, Crave of 4.48 Psychose, al is die term op haar werk niet echt van toepassing. Haar stuk is gebaseerd op het klassieke drama – Phaedra wordt vergeefs verliefd op haar stiefzoon Hippolytus en ze beschuldigt hem uit woede van verkrachting, met fatale afloop – maar radicaler, moderner en ontdaan van alle ballast. In haar stuk laat ze in een aantal scènes Hippolytus van een decadente en cynische jonge prins veranderen in een soort Jezusfiguur, die de anderen confronteert met hun hypocrisie en hun onvermogen te leven. Kane speelt met contrasten en spiegelingen en in haar regie versterkt de jonge Nina Spijkers dat bijzonder knap. Ze gebruikt sterke muziekfragmenten: veel Radiohead - Creep en Everything, everything, everything…in its right place - , maar ook een fragment uit de film Fight Club en het prachtige Good Vibrations van The Beach Boys. Het spel van met name Phaedra (Bien De Moor) staat haaks op dat van Sander Plukaard: zij speelt een lichtelijk hysterisch maar ook heel fragiel, etherisch personage; kwetsbaar maar ook krachtig. Mooi hoe zij om Hippolytus heen drentelt en steeds meer wordt aangetrokken door zijn wispelturigheid, zijn verveling, zijn onbehouwen optreden, zijn niks willen, maar ook niks pretenderen te zijn. Radicale eerlijkheid, geen compromissen willen sluiten, het stoot mensen af maar het trekt ook aan.
Mooi ook hoe ondanks de heftige tekst en de weinig opwekkende verhoudingen er toch momenten van liefde zijn, tussen Hippolytus en zijn zus bijvoorbeeld: hun vechten gaat over in een scène vol tederheid. Geweldig hoe Spijkers erin slaagt om binnen vijf kwartier totaal verschillende sferen te creëren, waarin ze moeiteloos de boog gespannen houdt. Om te eindigen met een serie tableau vivants die het hele drama in perspectief zetten. Wie is schuldig, hoeveel geweld en incest en ellende kan een mens verdragen? Kwesties die in al het werk van Sarah Kane, maar zelden met zoveel licht en lucht en humor worden gebracht.