Het begint met bijna niks. Vijf mensen die wat rondlopen op een vloer van houten planken, die vooraan een flinke kier vertoont. In het midden van het toneel staan opgestapelde stoelen, tafel en houten lijsten. Iemand mompelt zachtjes sorry, Jorn struikelt over de kier, de vijf spelers monsteren elkaar. Miranda trekt hoge pumps aan en vraagt of dat beter staat. Niemand reageert. De toeschouwer vraagt zich intussen af waar dit over gaat. Relâche betekent zoiets als 'het afgezegde optreden'. Een voorstelling over tijd die wordt doorgebracht met bijna niets doen. Met wachten. Op inspiratie, op iemand die wat gaat doen, op elkaar. De voorstelling gaat over wat zich voordoet als er vrijwel niets gebeurt. Poëtisch gezegd, volgens de (schaarse) informatie op de flyer: 'Over afwezigheid. Kamers zonder deuren, ofwel: de spaties tussen de woorden. De ruimte tussen de wolken'.Het ziet er vooral uit als gestoethaspel, gemompel en gedoe, 'de ruimte tussen de wolken '. Much ado about nothing. Nou, niks. Ook als er bijna niks gebeurt, gebeurt er toch van alles. Jan Joris Lamers, duidelijk de regelaar van het stel, belt met een denkbeeldige opdrachtgever. Kunnen de spullen weg die midden op het toneel staan? De indruk wordt gewekt van een repeterend toneelgezelschap dat alsmaar aan het wachten is totdat ze eindelijk kunnen beginnen. Eerst moeten die spullen weg of in elk geval moeten ze weten waar ze aan toe zijn. Intussen wordt voortdurend de illusie van de 'vierde wand' doorbroken. 'U denkt toch niet dat ik echt iemand aan de lijn heb? ', zegt Jan Joris tegen het publiek, om vervolgens het telefoongesprek even serieus te hervatten. De voorstelling gaat zowel over theaterconventies als over sociale codes.
Elk van de vijf personages (die gewoon bij hun echte voornaam of koosnaam worden genoemd) heeft een andere manier om met deze wachttijd om te gaan. Jorn struikelt en duikelt steeds over de harde vloer en is dan eindeloos bezig het stof van zijn jas en broek af te kloppen. Mattias (Mat) probeert vergeefs zijn diagonaal te oefenen, want dat gaat niet met al die zooi midden op toneel. Hij loopt er dan maar met een boogje omheen, triomfantelijk. Op dat soort momenten wordt het bijna slapstick. Annet (Annie) probeert de boel te sussen en roept als een mantra 'niet zeuren, niet klagen', als iemand zijn geduld dreigt te verliezen.
Ten slotte wordt een groot aantal zwartwit foto's getoond van min of meer bekende filosofen en kunstenaars. Geen idee wat daarmee bedoeld is. Net zo min als de link met Kafka, van wie op de flyer twee citaten staan. In Relâche is elke duidelijkheid afwezig maar de voorstelling verheft het wachten, het oponthoud, de 'ruimte tussen de wolken' tot een bijzonder geestige bezigheid.