Als Don Carlos opbiecht dat hij een verschrikkelijk geheim heeft: "ik heb mijn moeder lief", klinkt het in koor: 'Oh, nee!' Vier acteurs spelen alle rollen in Don Carlos en ze wisselen daarbij voortdurend van personage. Dat klinkt ingewikkeld maar regisseur Nina Spijkers heeft een glasheldere bewerking gemaakt van het toneelstuk van Friedrich Schiller uit 1787. Minder dan twee uur duurt haar Don Carlos; ze heeft de complexe verhaallijn rigoureus bewerkt tot wat voor haar de essentie is van het verhaal. De parallel naar de actualiteit is daarbij een belangrijk uitgangspunt, vertelt ze in een interview: "Er zijn nu weer vrijheden in het geding; het vrije denken bijvoorbeeld en de vrijheid van godsdienst." Dat maakt het belangwekkend: een jonge, veelbelovende regisseur die aan de hand van een klassiek stuk wil laten zien wat haar generatie beweegt: "een anarchistisch theatraal pamflet van vier jonge mensen in opstand."

In veel opzichten is haar voorstelling geslaagd, in elk geval wat betreft de strakke stilering. Hoe de acteurs bewegen en de – niet gemakkelijke – taal van Schiller spreken is formidabel: des te knapper omdat er zoveel in koor – tegelijk met twee, drie of soms zelfs vier personen tegelijk – wordt gesproken. Het decor bestaat uit een aantal doeken die een voor een vallen. De acteurs zijn aanvankelijk gehuld in identieke kostuums, barokke baljurken, die steeds soberder worden. Zo wordt de ontmaskering van de personages fraai vormgegeven. Heel geestig is een aantal vondsten zoals het eenvoudige kroontje dat de acteurs aan de binnenkant van hun pols hebben getekend; als ze hun arm boven hun hoofd houden, zijn ze de koning.

Wat jammer is, is dat de plot, ook in deze versie, toch vooral verhaalt van liefdesintriges en listen aan het hof: de verliefdheid van Carlos op zijn stiefmoeder staat centraal. Zij was eigenlijk voor hem bestemd, maar zijn hardvochtige vader, Filips de Tweede, pikte haar in, om politieke redenen. Carlos rebelleert tegen het gezag van zijn vader, maar de liefdesperikelen overheersen de onderliggende strijd tussen vader en zoon over tirannie versus vrijheid, dictatuur versus democratie. Even lijkt de voorstelling te kantelen als de vier acteurs zich als smekelingen direct tot het publiek richten: "Geef terug wat u van ons hebt afgenomen (...), geef ons vrijheid van denken!" Maar de nadruk blijft liggen op de intriges en dubbele agenda's en de onderliggende politieke strijd komt minder uit de verf.