Pas na een tijd wordt duidelijk waar De baai van Nice zich afspeelt. Niet in een moderne westerse galerie waar de ruimte aan doet denken, maar in het communistische Leningrad van midden jaren vijftig. Muurbedekkende reproducties van barokke engelen en decadente naakten, een lichte vloer en een enkel summier bankje wekken de indruk van een postmodern museum. Het zet je als toeschouwer een tijdlang op het verkeerde been, maar misschien is dat de bedoeling van de jonge regisseur Joeri Vos. Hij maakt zijn tweede voorstelling bij Toneelschuur Producties, na het briljante De lange nasleep van een korte mededeling bijna twee jaar geleden. Opnieuw 'een komedie, met serieuze ondertoon', ditmaal gebaseerd op een toneelstuk van de Engelse schrijver David Hare.

In De baai van Nice vormt de beoordeling van het gelijknamige schilderij van Matisse de spil, waaromheen de gesprekken over kunst, liefde en politiek draaien. Is het echt een doek van de grote Matisse of is het namaak? De hoofdpersoon Valentina Nrovka heeft Matisse goed gekend en zij wordt door de assistent-curator vol spanning ontvangen. Logisch want een echte Matisse is veel geld waard.

Daarnaast wordt in het stuk een portret van de verhouding tussen moeder en dochter geschetst: twee generaties vrouwen die verwikkeld zijn in een psychologische strijd vol zelfspot, cynisme en verbaal geweld. De moeder heeft in de jaren twintig in het vrije Parijs geleefd. Toen ze een kind kreeg, is ze noodgedwongen teruggekeerd naar het behoudende Rusland, al getuigen haar opvattingen nog steeds van een recalcitrante en onconventionele geest. Sophia, inmiddels net zo oud als haar moeder toen haar leven zo radicaal veranderde, komt haar om raad vragen inzake haar scheiding.

Leny Breederveld maakt een mooie rol van de wereldwijze Valentina met haar strenge opvattingen over kunst en leven. Ze spaart niemand in haar oordeel over wat goed is en wat niet, zeker haar dochter niet. Als Sophia schoorvoetend toegeeft dat haar minnaar haar zo bevalt omdat hij zo prettig middelmatig is in vergelijking met haar vermoeiend briljante echtgenoot, concludeert moeder hardvochtig: "Logisch, een middelmatige man past een stuk beter bij jou".

Een merkwaardige rol is die van de assistent-curator (Roy Balthus) die over de top speelt met rare tics en rollende ogen. Grappig maar zijn gestileerde spel valt uit de toon bij dat van de anderen. Waar Joeri Vos er in zijn vorige stuk in slaagde om met een strakke regie zowel het dramatische karakter als de komische elementen naar boven te halen, komen in deze voorstelling de verschillende ingrediënten niet bij elkaar en roept De baai van Nice vooral veel vragen op.