Voorstellingen van Golden Palace spelen zich vaak af in vestibules, wachtkamers of zijvertrekken. Plekken waar het echte leven aan voorbijraast. Tenminste, zo lijkt het voor de personages die ook vaak een tikje apart zijn maar heus wel dromen van een opwindend bestaan. Zoals vorig jaar in Het leven is een feest waar de twee verkoopsters een soort rozemeisjespaleis maakten van de feestwinkel waar ze hun dagen sleten. Of Balieleed, een ode aan de kantoorklerk die woeste fantasieën bleek te koesteren boven zijn balansboekhouding of telmachine.

Ditmaal is de entourage die van een negentiende eeuwse salon, compleet met theeservies, schemerlampen en kroonluchter. Achterin (daar zijn ze weer!) twee zijkamertjes, die met schuifdeuren zijn af te sluiten. De bewoner doet denken aan een minder goed gelukte versie van Oscar Wilde: een net iets te geparfumeerd, geëxalteerd, wereldvreemd type. We horen hem in de achterkamertjes wel praten tegen iemand die zijn vriendin is maar we zien haar niet. Ze maakt zich kennelijk mooi voor de twee vrienden die op bezoek verwacht worden. Een voor een komen ze binnen, stuiterend als twee ADHD-ers die losgelaten worden na een week te zijn opgesloten. Letterlijk want de een springt rond op een skippybal en de ander kan zijn lange armen en benen nauwelijks stil houden. Vol adrenaline, opwinding en energie storten ze zich op het bezoek. Als de gastheer dan eindelijk zijn vriendin voorstelt, blijkt zij een levensechte pop. Geen H&M etalagepop, maar een tikje ouwelijk aangeklede vrouw, in een hooggesloten bordeauxrode japon met dikke witte kousen eronder. Haar aanwezigheid leidt tot verlegenheid bij de heren, maar ook tot nauw verholen seksuele opwinding.

Ze doen kunstjes voor haar, ze declameren er lustig op los, barsten uit in Shakespeareaanse verzen of een vrije dans à la Isadora Duncan. Dat leidt tot een reeks hilarische en soms ook wat flauwe scènes.. Als de vrouw opeens tot leven komt, draaien de rollen om. Keyna Nara is van oorsprong danseres en ze speelt de rol van de pop geweldig. Zonder met haar ogen te knipperen loopt ze rond, met mechanische, houterige bewegingen. Tegelijkertijd onvoorspelbaar en ondoorgrondelijk. Erg komisch is de scène waarin een van de mannen met haar probeert te vrijen. Al worstelend delft hij het onderspit. Het gegeven is wat mager maar het wordt uitstekend uitgevoerd. Alleen de gastheer (Jilles Flinterman) speelt al te eenduidig geëxalteerd (mond wijd open, hard hijgend). Jammer is dat de verwijzingen naar de op zich interessante thematiek (werkelijkheid en verbeelding, het zoeken naar de ideale vrouw, vriendschap tussen mannen) nogal dun zijn. Zo blijft het bij een malle avond met grappige kunstjes.