En toen was er licht. De twee schijnwerpers flitsen regelrecht het publiek in. Meteen is het weer pikkedonker, veel donkerder dan daarvoor. De voorstelling Hoek begint vanuit het absolute niets: zwart en stil. Heel zachtjes beginnen er geluiden te klinken, vaag herken je het getsjirp van vogels en langzaam neemt het volume toe.

Als toeschouwer word je door de dwingende hand van regisseur Boukje Schweigman snel losgewoeld uit de alledaagse beslommeringen; de zintuigen worden op scherp gezet. Schweigman heeft inmiddels samen met vormgever Theun Mosk een reputatie opgebouwd met het maken van eigenzinnige voorstellingen, waarin de grenzen van mime, dans, theater en beeldende kunst achteloos worden opgerekt. In 2003, net afgestudeerd aan de Amsterdamse Mimeopleiding, won ze al de Ton Lutzprijs met haar voorstelling Klep en in 2005 werd ze genomineerd voor de VSCD Mimeprijs voor Wervel. Hoek is opnieuw een bijzondere voorstelling geworden. Schweigman creëert een volstrekt eigen theatertaal zonder tekst. Ze vertelt haar verhaal met licht, beeld, geluid en beweging.

Na minutenlang in het donker te hebben gezeten, ontwaar je in de verte een soft focus beeld: de hoofden van de vier spelers zijn gevangen in een spotlight, dicht tegen elkaar aangedrukt in een krampachtige houding. Het is een adembenemend begin. De spelers blijken gevangen in een hoek, waar ze over elkaar heen krioelen en met hun benen tegen de muur omhoog kruipen. Na een poosje begint er wat structuur en rust in de bewegingen te komen en als vanzelf ook een zekere schoonheid. Totdat de roestige wand die hen gevangenhoudt plotseling naar achteren schuift en ze in paniek raken. Het kost tijd om te wennen aan de plotselinge vrijheid: hulpeloos schudden ze heen en weer met alles wat bewegen kan. Schweigman en Mosk creëren prachtige beelden: het is niet moeilijk om deze voorstelling te zien als een metafoor voor de geboorte of zelfs in bijbelse zin te interpreteren als een scheppingsverhaal. De vier spelersdansers, twee mannen en twee vrouwen, maken een soort ontdekkingsreis met hun lichaam. Ze leren zitten, lopen, liefhebben, stampen op de grond, met elkaar vechten. Soms worden ze naar voren gedwongen door de bewegende muur of krijgen ze juist alle vrijheid. De hoek heeft twee tegenstrijdige kanten: de spelers worden erdoor beschermd maar ook gevangengehouden. Schweigman laat die ambiguïteit zien aan de hand van alledaagse fenomenen, in een voorstelling vol prachtige beelden en mooie vondsten.