Onophoudelijk valt het deurtje van de kast weer open, om door Franz met een klap weer te worden dichtgeslagen. Intussen probeert hij voorovergebukt zijn laarzen te poetsen en om beide handen te kunnen gebruiken, gaat hij er na een tijdje maar toe over om het deurtje dicht te schoppen. Het is een even wanhopig als hilarisch beeld waarmee de murwgeslagen anti-held Franz Woyzeck treffend wordt neergezet. Hij is niet (meer) in staat een echte oplossing te verzinnen, maar stelt zich gelaten en met eindeloos geduld teweer tegen tegenslag.

Als Alex d'Electrique met een klassieker als Woyzeck van Georg Buchner aan de slag gaat, kun je zeker zijn van een onconventionele theatervoorstelling. Het decor bestaat uit een rommelige opeenhoping van armoedige, oude kastjes, waarin de verzameling blikken bruine bonen de enige mondvoorraad vormt. Binnen de kortste keren is de toneelvloer een grote smurrie van uitgespuugde bruine bonenpap, vermengd met scheerschuim. Uit een samsonite-koffertje met eraan gemonteerde babybeentjes klinkt geregeld babygehuil: het kind van Marie en Woyzeck.

Gekozen is voor een speelstijl waarin het tragische verhaal van de arme soldaat Woyzeck gedeeltelijk verteld en becommentarieerd wordt en gedeeltelijk ook echt gespeeld. Alsof ze op de kermis staat, roept actrice Raymonde de Kuyper: "Dames en heren, wij presenteren, met maar drie personen in plaats van de voorgeschreven dertig, het stuk Woyzeck, over de eerste anti-held in de geschiedenis." Om meteen daarna als het ware de scene in te stappen, als Marie, om haar man een bordje bruine bonen voor te zetten. Naar het einde toe krijgt de -door Ko van den Bosch stevig bewerkte- tekst van Buchner steeds meer de overhand.

De consequent volgehouden afwisseling van binnen en buiten het stuk staan leidt tot een lichte, absurdistische voorstelling, die weliswaar niet in alle opzichten recht doet aan de complexiteit en de poezie van het origineel, maar binnen het volstrekt eigen vocabulaire van Alex dElectrique absoluut overtuigend is. Het wordt bijna een stripverhaal, met hier en daar wat close ups en conform de wetten van Alex de nodige visuele en geluidseffecten. Ko van den Bosch blijft als de titelheld Woyzeck als enige van de acteurs voortdurend in zijn rol als de arme sloeber die alles gelaten over zich heen laat komen. Tot hij door de insinuerende opmerkingen van de zogenaamd welwillende dokter en kapitein over het overspel van Marie zo gek gemaakt wordt dat hij niet anders meer kan dan moorden. Zijn obsessie en zijn onmacht worden met simpele middelen fraai neergezet: als hij ten einde raad de televisie aanzet, spuit het bloed hem op de beeldbuis tegemoet, efficient weggeveegd door een ruitenwisser. Vooral in de stille scenes met Marie en in het spectaculaire slot wordt, ondanks de groteske speelstijl en het voortdurende ironische commentaar, toch ook de tragiek van Woyzeck voelbaar.