"Als je met onschuldige ogen kijkt, heeft alles een goddelijke glans.", zei Federico Fellini eens. De uitspraak vormt een leidraad voor zijn beroemde film La Strada, waarin de jonge Giulietta Masina (zijn echtgenote en inspiratiebron) inderdaad goud uit stro spint met haar hartverwarmende, kogelronde kijkers. Iedereen die de film weleens gezien heeft, herinnert zich beelden van de ontroerende onschuld waarmee zij de

grote-mensen-wereld -in het bijzonder die van het circus -tegemoettreedt.

Karina Holla heeft zich door haar uitstraling laten inspireren, zoals ze zich voor haar voorstellingen vaker heeft laten inspireren door bijzondere vrouwen, in Valeska, ich bin eine Hexe, in Medea en onlangs nog in Lulu. In haar toneelbewerking van La Strada streeft Holla terecht geen naturalisme na; ze kiest voor een sprookjesachtige aanpak. Het decor wordt gevormd door rijtjes blauw gespoten wolken, de muziek is ijl en roept associaties op met de film en de belichting (van Kees van de Lagemaat) is ronduit betoverend. Zelf speelt zij de rol van het jonge meisje dat door haar moeder wordt meegegeven aan een rondreizende boeienkoning en daar breekt de betovering. In plaats van de jeugdige onschuld waarin Masina excelleert, heeft Karina Holla zich een meelachtig, ongezond uiterlijk aangemeten en een mimiek die eerder aan een zombie doet denken dan aan de divine' Masina. "Je lijkt wel een artisjok.", zegt een van de personages weinig complimenteus en inderdaad, er zit geen enkele sprankeling in haar spel. In plaats van naief is ze onnozel, in plaats van kwetsbaar is ze sullig, in plaats van open is zij een gesloten oester. Ze loopt op het toneel rond als een bang en bleek schoothondje dat te vaak geschopt wordt door zijn baas en daarmee haalt ze de magie van haar personage totaal onderuit.

Tegenover haar staat Zampano, de boeienkoning, gespeeld door Armin DallaPiccola die er niet in slaagt meer te worden dan een cliche van een macho brulaap en op geen enkele manier kan wedijveren met de in de film ijzersterke Anthony Quinn. De leukste scenes zijn eigenlijk die waarin Barbara Duijfjes op de voorgrond treedt -als roodharige del met roze Bazooka kauwgom, als circusdirectrice en als koorddanseres-, maar redden kan zij het geheel niet. Soms lukt het om een theaterbewerking van een beroemde film te maken (zoals onlangs Guy Cassiers met Hiroshima Mon Amour) die de film recht doet en bovendien iets heel eigens toevoegt. In dit geval is de toneelbewerking niet meer dan een slap aftreksel van het origineel.