"Sta ik in de weg? Het antwoord op deze vraag is een vlijmscherpe synthese van mijn leven.", zegt de vrouw. Ze zit wat apart, gevangen in een lichtspot. Het centrum van het decor wordt gevormd door een rij plastic kuipstoeltjes op een lapje grint, links symboliseert een vlaggetje de grens van Belgie. Op de stoeltjes twee mannen die op drift zijn geraakt. Verlaten mannen die proberen de eenzaamheid het hoofd te bieden en vertellen hoe zij zonder doel of richting wat over de Belgische snelwegen rijden.
Intussen praten ze over van alles en nog wat, maar vooral over vrouwen. De een (Wim Bouwens) zou willen sterven voor een vrouw, de ander (Reinout Bussemaker) wil er zoveel mogelijk bezitten. Na zijn verhouding met de Keniase Dolores -met haar goddelijke kont-, mijdt hij multi-culturele seks'. Erg bevredigend is dat niet: "Je kunt wel merken dat God de Europese vrouw het laatst geschapen heeft. Wat zijn ze saai in bed!" Desondanks geeft hij de voorkeur aan de snelle, anonieme wip, immers: "Verliefde vrouwen vrijen abominabel."
In De gekwetstheid is minimaal van de Vlaamse toneelschrijver Paul Pourveur verlopen de gesprekken net zo doel- en richtingloos als de autorit. Seks, en dan vooral de basale vorm van druipende kutten en stijve pikken', vormt het grondthema, waarop gevarieerd wordt met verwijzingen naar de actualiteit, filosofische hersenspinsels en af en toe een dwaze mop.
Halverwege de reis pikken de twee mannen de vrouw op die niet voor hen blijkt onder te doen in seksuele fantasieen. Integendeel: zij doet er nog een flinke schep bovenop en laat zelfs de macho bestuurder ver achter zich wat betreft grof taalgebruik. Dat levert komische momenten op, al speelde Monique Kuijpers minder sprankelend dan doorgaans. Bij haar rol kun je de meeste vraagtekens zetten: waar de twee heren duidelijk antagonisten zijn (de een romanticus tegen de klippen op, de ander een realist pur sang), schiet de vrouw alle kanten op. Ze is geobsedeerd door seks, maakt van de vrouwelijke lust een mystieke ervaring en eist bijna in een en dezelfde adem een dak boven haar hoofd en mannelijke bescherming. Een ietwat potsierlijke combi van de heilige Maagd Maria, de beroemde Italiaanse porno-ster en Madonna, na het moederschap. Was will das Weib? Freud wist het niet en Pourveur komt er evenmin uit. Misschien is zij wel geen echte vrouw, wordt aan het eind gesuggereerd. De begrippen mannelijk en vrouwelijk zijn niet meer wat ze geweest zijn, maar dat wisten we al wel. Waar het stuk nu eigenlijk over gaat, is mij niet duidelijk geworden. De gekwetstheid is minimaal is duidelijk geschreven door een taalvirtuoos met een goed gevoel voor de grillige logica van het moderne zieleleven maar stelt ondanks mooie momenten wat teleur in de uitwerking.