Als twee puberengelen zweven ze door het luchtruim, het meisje Batte en haar niet bestaande tweelingbroer. Projecties verbeelden een warme, kleurrijke omgeving; uit de orkestbak klinkt een stevige beat - het ritme van een kloppend hart-, die de associatie met een levensgrote baarmoeder versterkt. Het is het openingsbeeld van Batte oftewel Het onwaarschijnlijke maar bijna ware verhaal van Batte Jorisdochter en haar verdwenen tweelingbroer Maurits, waarmee de Haarlemse Stadsschouwburg het afgelopen weekend feestelijk de heropening vierde.
Batte is een ambitieus project. Schrijver Ad de Bont en regisseur Liesbeth Coltof, gerenommeerde theatermakers en artistiek leiders van respectievelijk Theatergroep Wederzijds en Toneelgezelschap Huis aan de Amstel hebben op uitnodiging van de Stadsschouwburg een eigenzinnige musical gemaakt voor iedereen vanaf acht jaar. Op hun beurt hebben zij Peter Jan Wagemans gevraagd om de muziek voor Batte te componeren. Geen voor de hand liggende keuze want Wagemans is bekend als componist van serieuze, moderne, klassieke muziek. Voor Batte is hij op zoek gegaan naar een nieuw muzikaal idioom dat een breed puliek aan zou kunnen spreken, zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Het heeft geleid tot een bijzondere mix van soms schurende muziek, afgewisseld met toegankelijke liedjes, waarin veel te herkennen valt uit alle mogelijke genres, van pop tot filmmuziek. Mooi is het gebruik van instrumenten die bepaalde personages vertegenwoordigen, zoals de bassaxofoon die telkens klinkt als het over Maurits, de verdwenen tweelingbroer, gaat. Ricky Koole is geweldig op dreef als Batte; ze zorgt voor ontroerende momenten door subtiele zang, maar ze kan ook heerlijk uithalen.
Het verhaal van Batte is een klassieke zoektocht, waarin het tienjarige meisje Batte spannende avonturen beleeft. ''Kun je iemand missen die je niet kent?'', vraagt ze haar ongeïnteresseerde ouders. Op zoek naar wat haar nooit geboren tweelingbroer blijkt te zijn, belandt ze via een tijdmachine net zo gemakkelijk in virtuele werelden als in oud-Haarlemse taferelen waarin zelfs een schilderij van de oude regenten tot leven komt. Het personage van Batte, met haar gevoel van heimwee naar iets wat ze niet kan benoemen, krijgt door het sterke spel van Ricky Koole diepgang. De andere personages blijven aan de oppervlakte. Ze worden terloops aangestipt, zoals haar geldbeluste vader die alleen maar loopt te sms-en, of ze fungeren als stripfiguren, zoals de vijf broers in hun gevangenispakken.
Regisseur Liesbeth Coltof heeft flink uitgepakt met een flitsende regie, waarin serieuze momenten worden afgewisseld met slapstick, waarin het grote gebaar niet wordt geschuwd, maar het nergens echt vet of klef wordt. De vele overgangen van de virtuele wereld of van de zeventiende eeuw naar het nu en weer terug, al zijn ze nog niet naadloos, zorgen voor vaart, spektakel en afwisseling. De kostuums van Carly Everaert verdienen aparte vermelding omdat ze zo inventief en fantasierijk zijn. Batte eindigt vrolijk, met een uitbundig slotlied: ''Hier worden wonderen waar!''. Een mooie ode aan de nieuwe schouwburg.