De Grieken dragen zware laarzen, lange grijze jassen en baretten. Het zijn de overwinnaars: na tien jaar strijd hebben zij eindelijk Troje veroverd, met een list. De Trojaanse helden zijn verslagen en vermoord en wat overblijft na de slag is een strand vol krijgsgevangen vrouwen.

Op dat strand speelt De Trojaansen zich af, een bewerking van twee stukken van Euripides: Hecabe en Trojaanse Vrouwen. Centraal in beide stukken zijn de gevoelens van de slachtoffers van oorlog en geweld: woede, verdriet, verslagenheid, hysterie en bij sommigen de behoefte aan vergelding en wraak. Hekabe, de koningin van Troje, heeft haar man en haar zonen al verloren in de strijd en moet nu ook haar twee dochters afstaan: Kassandra wordt door de Griekse bevelhebber Agamemnon meegevoerd als buit en Polyxene, haar jongste dochter, wordt geofferd aan de Griekse goden. De ene gruwel volgt de andere op.

Mirjam Koen voert de tragedie geserreerd op. De Trojaansen wordt op locatie gespeeld in de Schiecentrale, waar tot voor kort het energiebedrijf van Rotterdam was gevestigd. De ruimte is schitterend vormgegeven met een schuin aflopende planken vloer, omringd met een brede rand van schelpen. Een blanke houten wand omkadert het toneel aan de linkerkant, aan de achterkant staat een eenvoudige verhoging met gordijnen (de vormgeving is duidelijk gebaseerd op de oude Griekse theaterwetten) waarvan het podium rechts doorloopt in een boog naar voren. Op het strand staan felgekleurde stoelen. Rechts op het podium staat Frank van Berkel die de voorstelling muzikaal begeleidt met contrabas en andere instrumenten. Een subtiele begeleiding, al valt bijvoorbeeld een liedje van Dolly Parton volstrekt uit de toon.

De voorstelling wordt alleen door vrouwen gespeeld en niet de minste actrices: Ria Eimers, Marlies Heuer, Tjitske Reidinga, Els Ingeborg Smits en Joke Tjalsma, om er een paar te noemen. Hoewel het als experiment interessant is, om slachtoffers en beulen nu eens door dezelfde sekse te laten spelen, levert dit in deze voorstelling weinig of geen meerwaarde op. Marlies Heuer munt uit; zij slaagt er met superieure tekstbehandeling in te overtuigen als Agamemnon en speelt even later met groot gemak de verleidelijke en vileine Helena.

Erg mooi werkt het gebruik van het koor. Zo ligt in de openingsscène een rij slapende vrouwen op het achterpodium. Een voor een worden ze wakker en gaan zitten kijken naar wat zich daarvoor, op het strand van Troje afspeelt. Of ze doen allemaal tegelijk een sjaal om hun hoofd, waardoor het effect dat van een rituele handeling krijgt. In de zorgvuldig vormgegeven enscenering zit voortdurend beweging; van vrouwen die commentaar geven op de handeling en soms vanuit het hiernamaals. Zowel in het spel als in de enscenering zitten wat curieuze momenten die onevenwichtig aandoen: waarom moet bijvoorbeeld José Kuijpers zo hysterisch doen? Waarom moet Helena zo'n malle flamencodans maken?

Door de grote aandacht voor de vormgeving en de stilering komt de emotionele zeggingskracht van al deze gruwelen niet tot zijn recht. Het is wel mooi allemaal, maar het laat je ook tamelijk koud. Al met al is De Trojaansen een bijzondere toneelervaring die niet helemaal uit de verf komt maar de komende weken zeker nog sterker kan worden.