Overal in de stad hangt het affiche: een jonge zwarte man die frontaal de camera inkijkt, met achter hem een oudere, blanke man die wegkijkt en de armen van de man voor hem vasthoudt. Van beide mannen is het blote bovenlijf zichtbaar. Een sterk beeld dat meteen een aantal thema's van de voorstelling in beeld brengt: jeugd en verval, wit en zwart, kwetsbaarheid en kracht. In ongenade heet het boek van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee, waarmee hij in 1999 de Bookerprijs won. Toneelgroep Amsterdam heeft Luc Perceval, vroeger artistiek leider van de legendarische Blauwe Maandag Compagnie maar de laatste jaren veelal in Duitsland actief, uitgenodigd de toneelbewerking te regisseren. Bepalend voor zijn enscenering is het indrukwekkende toneelbeeld van Katrin Brack. Maar liefst vijftig zwarte etalagepoppen in alle soorten en maten, groot en klein, mannen, vrouwen en kinderen, uitgedost in zomerkleding vullen het toneel van de Stadsschouwburg. Zij vormen aanvankelijk een soort museale achtergrond die gaandeweg het stuk steeds meer tot leven komt. De acteurs komen op uit die massa en gaan er weer in op.

Met uitzondering van hoofdrolspeler Gijs Scholten van Aschat die constant op het toneel is. Hij heeft een dubbelrol, namelijk als de verteller van het verhaal én als de hoofdpersoon, de wetenschapper Lurie die door de universiteit wordt gedwongen ontslag te nemen na een affaire met een studente. De bewerking van Josse de Pauw blijft dicht bij het boek waarin de verteller reflecteert op de gebeurtenissen.

Het stuk begint met het zaallicht aan op het moment dat in een hoorzitting wordt beslist over het lot van professor Lurie. Hij geeft de affaire toe maar weigert principieel door het stof te kruipen en stevent daarmee af op zijn ontslag. Lurie is een typische vijftiger, een blanke intellectueel met een cynische levenshouding. Als hij bij zijn dochter op het platteland gaat logeren, wordt hij geconfronteerd met andere normen en waarden. Na een roofoverval waarin zijn dochter verkracht wordt, worden de denkbeelden van Lurie aan het wankelen gebracht. Zijn eigen misbruik van de studente spiegelt dat van zijn dochter, zoals er in de voorstelling veel gewerkt wordt met spiegelingen en omkeringen. De dochter houdt het kind dat het resultaat is van de verkrachting en verbindt zich aan de familie van haar verkrachters. De voorstelling stijgt overigens ver uit boven het eenduidige thema van rassentegenstellingen in het postkoloniale Zuid-Afrika.

Het gaat over vergeving en menselijkheid, over het verschil tussen mannen en vrouwen, over 'de vreemdeling', over wat mensen van dieren onderscheidt en over de betekenis van kunst. Gijs Scholten van Aschat is overrompelend goed, onnadrukkelijk laveert hij tussen hoofdpersoon en verteller. Ook de andere acteurs overtuigen, met name Janni Goslinga als de dochter van Lurie. Het allersterkst is het toneelbeeld, dat de voorstelling diepte geeft en het verhaal universeel maakt.