Het is om te huilen, het verhaal van de jonge, naïeve Elisabeth. Omdat ze geen werkvergunning heeft, krijgt ze een boete en met de nodige moeite (en een leugentje om bestwil) weet ze dat geld te lenen. Als ontdekt wordt dat ze het geleende geld gebruikt heeft om de boete af te betalen, wordt ze zwaar gestraft. Zo raakt ze meer en meer verstrikt in de wrede bureaucratische molen. Geen geld, geen werk; geen werk, geen geld. Ödön von Horváth schreef met Geloof Liefde Hoop (1932) een gruwelijke analyse van hoe je als eenling vast kunt komen te zitten in een systeem dat succes beloont en pech zwaar straft, een zwartgallig verhaal over sociale onrechtvaardigheid.
Het stuk was een paar maanden geleden nog te zien in het Brandhaarden-programma van de Amsterdamse Stadsschouwburg in een regie van Zwitserse regisseur Christoph Marthaler: ruim drie uur kafkaësk theater. Nu brengt de jonge Maren Bjørseth het stuk bij Frascatiproductie in de helft van de tijd. Ze maakt er een snelle, tragikomische voorstelling van, strak geregisseerd, met krachtige stileringen. Het aantal personages en locaties is flink teruggebracht en de vijf acteurs spelen, met uitzondering van het centrale personage Elisabeth, allemaal dubbelrollen. Bjørseth gebruikt eenvoudige maar veelzeggende details om te laten zien dat haar personages 'ook maar mensen' zijn: zo laat ze de streng geüniformeerde medewerker van het Anatomisch Instituut in een onbewaakt ogenblik ongegeneerd tutten tegen de foto van zijn hondje. De vrouw van de rechter legt Elisabeth uit hoe ze zich het best kan gedragen in de rechtszaal: ze kan beter meteen bekennen, dat kost minder tijd. Dan kan de rechter op tijd thuis zijn voor de lunch, is hij dus welwillend gestemd en zijn oordeel milder. Simpel, toch?
De regie is strak, bijna choreografisch: de spelers die even niet aan de beurt zijn, zitten langs de kant en geven het ritme aan, trommelen met hun vingers of zwaaien tegelijk hun benen over elkaar. Zo wordt de dreiging van de meerderheid tegen de eenling heel voelbaar. Met kleine gebaren wordt veel opgeroepen, zoals in de scène waarop het gele badeendje, dat ergens vredig op de grond staat, in een uitbarsting van geweld opeens keihard wordt weggetrapt. De tirannie en willekeur van het systeem en de onderliggende agressie van de mensen die het systeem uitvoeren worden zo zonder veel woorden duidelijk gemaakt.
De voorstelling is desondanks lichtvoetig gebleven. Het spel is uitstekend; het is een groot genoegen om iemand als Nettie Blanken weer eens te zien spelen. Wat is die vrouw goed! Ze komt helemaal tot haar recht in deze fragmentarische voorstelling waarin veel te lachen valt ondanks alle hopeloze narigheid. 'Zonder geloof, hoop en liefde is er geen leven,' zegt Elisabeths verloofde. Maren Bjørseth laat zien dat ook humor een niet te onderschatten wapen is.