Voor het afsluitende deel van zijn trilogie is Steef de Jong, Haarlems theatermaker, liedjesschrijver en beeldend kunstenaar,op zoek gegaan naar het verhaal achter de walsenkoning Johann Strauss junior. Na Ludwig en Groots en Meeslepend probeert hij zijn favoriete genre, dat van de operette, nieuw leven in te blazen, in de vorm van een documentaire die hij zogenaamd ter plekke aan het opnemen is. Zo ontstaat een docurette, een zelfverzonnen genre dat het midden houdt tussen documentaire en operette.
Operette is de bron van alles, beweert De Jong en hij voert overtuigend bewijs aan voor deze stelling. Op ingenieuze wijze bouwt hij de voorstelling op, verschillende lagen door elkaar heen vlechtend. Hij vertelt wat interessante wetenswaardigheden over de jonge Johan, zoals het feit dat zijn jaloerse vader (Johan Strauss sr, die van de Radetzkymars) niet wilde dat hij musicus werd; laat het publiek het refrein meezingen van zijn grootste hit An der schönen blauen Donau; vervolgens laat hij op film zien hoe hij in de voetsporen van Strauss door Wenen wandelt of vliegt hij terug in de tijd, om per postkoets naar theater of danszaal te reizen. Verrassend zijn de simpele maar mooi gemaakte maquettes waarbij hij inzoomt op details. Met even eenvoudige middelen brengt hij personages tot leven. Soms door eenvoudig een snor aan te plakken (de zogenaamde kotelettensnor van Strauss), maar soms ook in behoorlijk ingewikkelde scènes. Zoals die waarin op het filmdoek Sissi te zien is (keizerin Elisabeth, door hem gespeeld) en hij als Johan Strauss naast haar komt staan, om een sigaretje te roken. Op dat moment staat hij er ook nog eens live naast in identiek kostuum en zie je hem dus driedubbel: tweemaal op film en eenmaal in het echt. Dan wordt ook duidelijk dat Steef de Jong behalve een goede zanger, een inventieve vormgever en een innemende performer ook nog een uitstekende acteur is.
Zijn pleidooi voor de operette weet hij uitstekend te verkopen, onder andere door te laten zien welke rol de operette heeft gespeeld in de geschiedenis van de muziek. Moeiteloos verbindt hij Strauss met hiphop en house, laat hij zien hoe de Weense Wals de extasy van die tijd was en een walsavond niet zo heel veel anders was dan de 'dance events' van nu. Een geslaagde visuele lofzang opStrauss, de 'Armin van Buuren van de negentiende eeuw'.