Vark kijkt mistroostig om zich heen en krabt zich op de kuiten, Koe slaat verveeld wat denkbeeldige vliegen van zich af. Gebroederlijk zitten ze naast elkaar op een paar oude matrassen; Vark (Rafael Troch) met blote benen en een roze jasje waaraan een rij tepels hangt te bungelen; Koe (Michiel de Jong) met ontbloot bovenlijf en een flink stel uiers dat uit het kruis van zijn jogging broek komt gepuild.
Vanaf het openingsbeeld hebben de traag bewegende, schaapachtig kijkende en droogkomisch spelende Vark en Koe de lachers op hun hand, terwijl hun verhalen toch vooral schrijnend zijn. Zo vertelt Koe hoe zij het haat om zich zo afhankelijk te voelen, altijd maar te moeten wachten tot zij weer gemolken wordt. Vark verklaart anders jaloers te zijn op het strakke grasdieet' van Koe; als je eens wist wat voor afval ze bij hem in de trog flikkeren!
Op de achtergrond, achter een grote plaat en hoog boven hen verheven, zitten twee heren in zwarte jacks waarop in witte letters staat: 'Alles is rustig' en 'Er is niets aan de hand'. De een is Emanuel Muris, bedenker, schrijver en regisseur van Krampen van een dyslecticus, de ander is de technicus. Af en toe grijpen zij in van bovenaf, geven wat aanwijzingen of zetten de muziek harder.
Krampen van een dyslecticus is de weinig opbeurende titel van de nieuwe Toneelschuur Productie waarmee Muris debuteert, nadat hij vorig jaar voor zijn afstudeervoorstelling Lenz de Top Naeff-prijs had ontvangen.Zo pretentieus en quasi-diepzinnig titel en tekst van het persbericht ook klinken, zo lichtvoetig, helder en lucide is de voorstelling. Krampen van een dyslecticus is een verrassende en geestige voorstelling, waarin de droogkomische toon aangenaam haaks staat op de soms schrijnende verhalen. Aangrijpend is de angst van Vark die donders goed weet wat er over een tijdje gebeuren gaat: een enkele reis richting slachthuis. Die angst voor de dood vormt een rode draad in de voorstelling die bijna cabaretesk is opgebouwd uit losse sketches. Soms slaat de voorstelling wat uit het lood, maar over het algemeen slagen de makers erin om een mooi evenwicht te vinden tussen de absurditeit van het gegeven en de zwaarte van de onderliggende thema's. De weerzin tegen de slachtpraktijk van varkens wordt stevig aangewakkerd, maar bijvoorbeeld ook het onvermogen van Koe om Vark te begrijpen (en andersom) wordt aangrijpend uitgewerkt. Koe en Vark vormen een mooi duo die nog het meest doen denken aan de dieren uit de verhalen van Max Velthuis die ook zulke schijnbaar simpele maar intussen reuze diepe gesprekken over het leven kunnen voeren.