Het kanongebulder klinkt nog vaag op de achtergrond, de wapenstilstand is pas geleden gesloten. De grote politiek wordt in het paleis van de prinses van Barcelona onmiddellijk ingeruild voor een verfijndere strijd: die om het hart van de ander. In Hartzeer (oorspronkelijk Le prince travesti ou l'illustre avonturier, uit 1724) schetst Marivaux met subtiele penseelstreken de romantische verwikkelingen aan het hof.
De prinses van Barcelona is, zo bekent ze haar hartsvriendin Hortense, behoorlijk verliefd op Lelio, die sinds kort aan haar hof verblijft. Hortense vertrouwt de prinses op haar beurt toe dat haar hart een tijdje geleden gestolen is door een onbekende edelman die haar bij een roofoverval te hulp is geschoten. En wat blijkt wanneer vervolgens Lelio zijn opwachting maakt? Juist ja, hij is de edelman die Hortense zo genereus heeft bijgestaan. En daarmee begint het conflict tussen liefde en vriendschap tussen de beide bekoorlijke dames.
Rob Lighthert (bekend van De Federatie) laat in zijn eerste grote-zaalproductie Hartzeer in stevig tempo doorspelen, heel naturel, met af en toe een lichtelijk gechargeerde scene. Zo laat Hortense bij het weerzien met Lelio haar stevig gedecolleteerde borsten hevig heen en weer bewegen, een ouderwetse uitdrukking van een sterk aangedaan gemoed, die uitermate komisch werkt.
Al is Hartzeer een tragikomedie waarvan je bij voorbaat weet hoe het af gaat lopen, de verwikkelingen zijn boeiend genoeg en bovendien blijkt Marivaux een meester in subtiel psychologisch inzicht en trefzeker taalgebruik. Er wordt verbaal met scherp geschoten: "U bent zo slecht dat niemand u hoeft te vrezen", zegt Lelio onomwonden tegen de hypocriete, overambitieuze raadsheer van de prinses. Kees Coolen zet een fraaie slechterik neer, zoals er in het algemeen voortreffelijk wordt geacteerd door een ensemble dat zichtbaar plezier heeft in het spel. Er wordt snel geschakeld tussen terzijdes aan het publiek en ingeleefd spel. Arlette Weijgers speelt de sleutelrol van Hortense met groot raffinement: ontwapenend, openhartig, gepassioneerd, diep gekrenkt. Ze laat Hortense zien als vrouw van haar tijd, ironiseert tegelijkertijd de gebarentaal van een achttiende eeuwse courtisane en blijft als personage ondanks al die dubbele lagen en knipogen volstrekt geloofwaardig. Moeiteloos schakelt ze van de ene emotie over naar de andere, in een luchthartige en geestige voorstelling.