In zijn rafelige kamerjas, met zijn lijzige bakkebaarden en puntschoenen zonder sokken, doet Peter de Graef eerder aan een lichtelijk gebochelde bediende in een Victoriaans drama denken dan aan een engelbewaarder. Toch vertelt hij het verhaal Henry grotendeels vanuit engelperspectief, veilig zwevend in het heelal en met een grijns op het gezicht malle verhalen opdissend van het gekrioel daar beneden. Plaats van handeling is een dorp, vermoedelijk ergens op het Vlaamse platteland. Een voor een worden de personages geïntroduceerd: het vette konijn Walter dat zijn hoofd vol dwanggedachten heeft, de mislukte ondernemer Marcel van Rafelghem die eigenlijk misschien wel de grootste schilder aller tijden had kunnen worden en zijn echtgenote Annemieke die gekweld wordt door verschrikkelijke hoofdpijnen; de getaande huisarts die het dorp in een ijzeren greep houdt met pijnstiller en slaaptablet en de droevige Madammeke Ponnet die al haar drieënzeventig jaren vergeefs gewacht heeft tot er iets zou gaan gebeuren...

Na Ombat is Henry de tweede solo van Peter de Graef die -terecht- genomineerd is voor het Theaterfestival. In de door hemzelf geschreven monoloog schetst Peter de Graef een minutieus portret van een dorpsgemeenschap. Zijn taal is uitermate plastisch en beeldend en hoe absurdistisch en vaak hilarisch het verhaal ook is, het geeft op scherpe wijze commentaar op veel van ons alledaags reilen en zeilen.

Miscommunicatie, onverwerkte jeugdtrauma's, toevalligheden en dwanggedachten vormen de basis voor het handelen van de personages die evenwel met veel liefde worden neergezet door de Graef. Hij schakelt handig heen en weer van de een naar de ander en houdt intussen het overzicht als verteller alias engelbewaarder. Zo nu en dan kan hij het niet laten een wat sardonisch commentaar te geven op het getob daar op die kleine aarde: "Oh, la vie la vie la vie!"

Mede dankzij de eenvoudige maar doeltreffende belichting van Arne Lievens die tovert met vier lampen, wordt Henry een feest voor oog en oor. En Peter de Graef zorgt er als rasverteller voor om, als je net smakelijk denkt te lachen om het bizarre slotbeeld, nog een laatste draai aan het verhaal te geven waardoor je even helemaal stil bent.