Het lijkt het meest op een voetbalkantine: een kleine ruimte met een eenvoudige bar en een fles maggi op de tafeltjes. De vier mannen binnen zijn aan elkaar gewaagd, ze lijken elkaar door en door te kennen. Kennelijk brengen ze hier veel tijd door en ze stralen zowel verveling uit als oplettendheid. Elk moment kan de situatie omslaan en kan er iets gebeuren waardoor de machtsverhoudingen veranderen. Zo heeft de barman een lang rietje in zijn mond waarmee hij dreigend ronddraait. Hoelang laten de gasten zich dat welgevallen?
Een van hen (Marien Jongewaard) rookt met onnavolgbare mistroostigheid een zwaar shagje. Na een tijdje pakt hij een boek, steekt vervolgens aandachtig de middenpagina's in de fik en kijkt, zonder op of om te kijken, rustig toe hoe de vlammen eruit slaan. De anderen reageren alleen met hun blik. Snel kijken ze weg als de brandstichter uiteindelijk toch uitdagend rondkijkt.
Bambie is als mimetheatergroep gespecialiseerd in het opbouwen van spanning tussen personages, zonder dat er veel gezegd wordt. In deze voorstelling, hun tiende inmiddels al en eenvoudig Bambie 10 genoemd, vormt de lichaamstaal opnieuw een krachtig middel. Blikken spreken boekdelen, een pink die bewogen wordtveroorzaakt een kleine aardverschuiving en met een ballon wordt een zware baksteen verplaatst.
Dat leidt vaak tot komische scenes, zoals wanneer Gerindo Kamid Kartadinata een van de ramen opendoet om een sigaretje te roken en het gordijn telkens weer dichtvalt: een metafoor voor de weerbarstigheid van de dingen. Of wanneer Paul achter hetzelfde openstaande raam gaat zitten, een van de anderen buiten een tennisbalmachine installeert en aanzet, zodat de ballen in een rustig tempo -plók plók plók- op precies dezelfde plek op zijn voorhoofd belanden. Onverstoorbaar blijft hij zitten totdat de ballen op zijn.
Bambie 10 gaat vooral over binnen en buiten, over de veiligheid van binnen (ook al wordt die voortdurend bedreigd) en de angst voor buiten. Over mechanismen van uitsluiting en bedreiging en over de angst voor eenzaamheid. De beelden zijn soms ontroerend en zelfs hoopgevend. Een van de mooiste beelden speelt zich bijna aan het eind af wanneer Paul van der Laan met een ballon een zware baksteen weet te verplaatsen. De ondertitel ' een hoopvolle voorstelling over cynisme' wordt dan meer dan waargemaakt.