Haantjes zijn het, echte haantjes. Aanvankelijk doen ze zich nog wel voor als beschaafde heren, in de sociëteit waar ze elkaar ontmoeten. Een echte herenclub: houten lambrisering waarin de namen van voormalige clubleden zijn gegraveerd, chesterfield bank en bijpassende stoelen, een buste van Sophocles en zo'n mooie wereldbol die als je hem openmaakt een fles drank en borrelglaasjes blijkt te bevatten.

De nieuwe voorstelling van theatergroep Golden Palace gaat over mannelijkheid. Geen gek thema in deze week waarin vijf actrices in De Verleiders op provocatieve wijze de ongelijkheid tussen man en vrouw aan de kaak stellen, en ook in diverse praatprogramma's en cabaretvoorstellingen het onderscheid tussen man en vrouw (en alles wat daartussen past) tot vervelens toe aan bod komt. De kracht van mimegezelschap Golden Palace zit in het tot op het bot fileren van menselijk gedrag, dat vervolgens zeer beeldend wordt neergezet.

De oerclub begint wanneer de vier jonge mannen een voor een de club binnenkomen, waar ze ontsmet dan wel bewierookt worden door een oudere man. Omzichtig nemen ze plaats op de chesterfields en beginnen om beurten schuchter aan een voordracht. Ze dragen kantoorpakken en een sjaal met het clublogo die ze demonstratief afdoen. Geheime rituelen zijn het waarbij de spelregels ook af lijken te hangen van hoe ver een van de leden durft te gaan. Vrij snel ontaardt het quasi-deftige gedoe (waarbij onder meer Latijnse teksten worden opgelezen, een vette knipoog naar Thierry Baudet) in steeds woestere spelletjes. Een prachtige choreografie met enorme houten stokken leidt tot een soort Balinese apendans en uiteindelijk tot een woest gevecht. Concurrentiedrift, energie en ongeleide agressie bepalen de identiteit van de man. Haantjes die altijd moeten winnen.

Een bijzondere rol speelt de oudere man die aanvankelijk als een soort conciërge fungeert, daarna fraaie Engelse teksten voorleest uit een eerbiedwaardig boek, later aan de zijkant zit te breien en uiteindelijk als een soort sjamaan, in een prachtig stropdassengewaad, zorgt voor een grote ommekeer. Daar komt veel mysterieuze rook bij te pas en andere hokuspokus. Waarna de mannen terugkeren als een groot bewegend organisme in een roze doek, een enorm kluwen van worstelende lichaamsdelen. Uiteindelijk komen ze er een voor een uit, mét een zwangere buik. Uiteindelijk leidt het voor een van hen tot een bevalling, een zeer heftige gebeurtenis met als uitkomst een semirealistische baby, onder het bloed. De barende vader wil aanvankelijk niks weten van het prille wezen maar aan het eind is de roze wolk ineens compleet: alle mannen samen op de bank met de baby in hun armen, een idyllisch toekomstbeeld. Je vraagt je af wat de makers nu eigenlijk bedoelen te zeggen met de voorstelling: als mannen maar zouden baren, dan zou alles zich wel ten goede keren?? Zolang het gaat om het op absurd-humoristische wijze imiteren van mannengedrag, valt er genoeg te herkennen en te gniffelen, maar de overgang naar een paradijselijk toekomstbeeld komt wel erg uit de lucht vallen.