Het begint heel rustig. Een jonge vrouw keert terug in wat vermoedelijk haar ouderlijk huis is. Ze trekt de lakens weg waarmee de oude meubels bedekt zijn. Aan de muren hangen ouderwetse familieportretten. Dan begint een van de portretten opeens te schuiven. Het is het begin van een rollercoaster waarin regisseur Jakop Ahlbom je meeneemt in zijn zelfgeschapen universum. Horror heeft zijn nieuwe voorstelling en het is een ode aan het genre geworden. Ook wie helemaal niet zo houdt van het genre (zoals ik), kijkt zijn ogen uit. Anderhalf uur zit je vastgenageld in je stoel, af en toe huiverend, soms ongelovig je buurman aanstotend: 'hoe kan dit nu weer?, soms gierend van het lachen en altijd gefascineerd

Ahlbom is een meester in beeldende voorstellingen zoals Vielfalt, Innenschau, Het Leven een Gebruiksaanwijzing en Lebensraum. In Horror overtreft hij zichzelf, letterlijk alles klopt in de voorstelling.

De acteurs, waarvan een aantal al heel lang met hem werkt, zijn ongelooflijk goed: ze paren geweldige mime-kwaliteiten aan snelheid, behendigheid en acrobatisch vermogen. Ooit een ondode met de buik omhoog op handen en voeten een trap af zien lopen? Ooit een slachtoffer van een moord, ingewikkeld in een wit laken, op zien stijgen -een heuse levitatie-, om vervolgens letterlijk in rook op te gaan?

Het is onwaarschijnlijk wat er alleen al op het gebied van Hans Klok-achtige trucs te zien is. Het decor is ingenieus: allerlei verschillende werelden worden tevoorschijn getoverd en telkens is er nog wel weer een raam, een kastje dat je nog niet gezien had en waar personages in of uit verdwijnen. Je ziet twee vrouwen in bad stappen en er vier mannen uitkomen. Het geluidsdecor van Wim Conradi is even vindingrijk als suggestief, net als het licht dat een belangrijke rol speelt

Dat klinkt misschien wel erg als hocus pocus maar Ahlbom is er ook nog in geslaagd een verhaal te vertellen: over een ouderwets gezin met twee grote dochters waarvan er een verdwenen is. We zien scènes uit hun kindertijd: buiten spelen in het bos, aan de eettafel in de keuken, straf krijgen van de strenge vader. Heden en verleden lopen door elkaar heen. De beelden refereren aan films van Ingmar Bergman, Lars von Trier, Hitchcock, Polanski (Rosemary's Baby), het is teveel om op te noemen. Alle clichés uit het horrorgenre komen wel langs: onweer en bliksem, kinderstemmen die uit een verborgen kast lijken te komen, tongen die worden uitgerukt, handen die worden afgehakt, hoofden die rollen. Het is een magische wereld vol absurde gebeurtenissen, zwarte humor en slapstick. Wie had ooit gedacht dat horror in het theater zou werken? Ahlbom laat zien dat het kan. En hoe! Het is een adembenemende tocht door de (onbewuste) krochten van de ziel, met inzet van alle theatrale middelen.