'Nu ik al zo lang dood ben, word ik alleen nog herinnerd door bon mots', verzucht Jan Joris Lamers in de rol van Voltaire. Met terugwerkende kracht moet het vreselijk zijn voor de beroemde filosoof om de geschiedenis in te gaan met 'succesagenda'-wijsheden.

Discordia brengt een voorstelling over François-Marie Arouet (1694-1778) oftewel Voltaire, de grote man van de Verlichting. Op zijn Discordiaans, dat wil zeggen, in en uit rollen stappend, in en uit de tijd stappend en voortdurend commentaar leverend vanuit het nu op wat er te zien en te horen is.

De structuur wordt aangeleverd door het schema dat Miranda Prein bij zich heeft; daar staat in hoe het eraan toe dient te gaan tijdens een voorstelling. Maar moeten ze nu beginnen bij de proloog, de ouverture of de pre-proloog, vraagt ze zich hardop af? En eigenlijk – als ze hadden moeten beginnen met een pre-proloog – is het publiek te vroeg gaan zitten.

In de voorstelling wordt voortdurend heen en weer geschakeld tussen flarden uit het leven en/of werk van Voltaire, en commentaar over theater. Mensen die verwachten nu eens fijn bijgespijkerd te worden over de schrijver en filosoof middels een theatraal college of een semi-educatieve voorstelling, wacht wellicht een teleurstelling. Maar liefhebbers van het werk van Discordia, waarin het medium toneel permanent ter discussie gesteld wordt inclusief de rol van de acteur, wacht een voorstelling waarin veel te genieten valt, vol kleine spitsvondigheden, geestige terzijdes en quasi-misverstanden. Op subtiele wijze wordt telkens teruggekeerd naar het hier en nu. 'Hoe zit het met de overgang?', is een vraag die geregeld terugkeert. De spelers zoeken hun beginpositie weer op en zoeken naar een nieuwe opening. "Niet regisseren', roept Lamers geërgerd als Miranda probeert iets te forceren. Het moet 'vanzelf' gaan. Langzamerhand valt Lamers meer en meer samen met zijn personage, Prein lokt hem uit de tent, Kouwenhoven blijft positief: 'Komt goed!'

De tweede laag, die van het commentaar op het maken van theater, komt niet uit de lucht vallen. Voltaire heeft – onder veel meer – ook een flink aantal toneelstukken geschreven. Hij had zelfs een klein theatertje waar hij met vrienden, waaronder zijn beroemde vriendin Emilie Marquise du Châtelet, zijn eigen stukken opvoerde. Het is geen wonder, horen we, dat die teksten nu onspeelbaar zijn. In het theater ging het destijds vaak om andere dingen: om te kijken en bekeken te worden of om te netwerken. Er wordt ruimschoots geciteerd uit zijn oeuvre. Werk dat nog wel de tand des tijds heeft doorstaan is bijvoorbeeld Candide (1759) waarin de hoofdpersoon Candide na een lange reis vol tegenslagen concludeert dat 'Il faut cultiver son jardin' oftewel 'Iedereen moet zijn eigen tuin onderhouden'. Een tegelwijsheid die nog steeds geldt.