De een na de ander vallen ze om. De een terwijl hij zijn onderbroek zoekt, de ander halverwege op de trap. Als ze wakker worden, liggen ze naast elkaar op zaal: vijf bedden, vijf mannen in blauwe ziekenhuishemden en met blote benen. Een hartaanval. De eerste 24 uur erna zijn het spannendst. Een op de vijf haalt het niet. Gemiddeld.
In het kader van Orkater/De Nieuwkomers schreef Daniël Samkalden in 2007 een toneeltekst Hartfalen, destijds opgevoerd als een korte serie geënsceneerde lezingen met muziek van Peter van de Witte. Dat was zo'n succes dat Orkater besloot de voorstelling in productie te brengen, met een topcast.
De muzikanten zitten op een verhoogd podium achter een soort hekwerk, daarvoor staan de vijf ziekenhuisbedden. De man helemaal links (Gijs de Lange) is overstuur, hij wilde helemaal niet meer wakker worden, hij wil weer terug: 'Dat licht was zo mooi...'. Naast hem ligt Porgy Franssen die een autoritaire directeur speelt, met een grote bek en een klein hartje. Het zijn allemaal uitstekende acteurs: Helmert Woudenberg als eindeloos over zijn kleinkinderen ouwehoerende opa en René van 't Hof als neurotische computertechneut hebben geestige gesprekken en ze ontroeren in hun oncharmante ziekenhuishemden. Elise Schaap is een kordate verpleegster: niet onvriendelijk maar duidelijk iemand die niet met zich laat sollen.
Met het verstrijken van de nacht gaan droom, angst en werkelijkheid ongemerkt in elkaar over.
Als er een nieuwe patiënt binnenkomt, kantelt de voorstelling. Het tweede deel van de voorstelling is aanzienlijk minder begrijpelijk. De verpleegster is aan het acrobatieken bovenin het metalen rek. De muziek wordt harder. Er worden geen snedigheden over en weer meer gedebiteerd maar tamelijk abstracte teksten. Er verschijnt een sterrenhemel. De spanning ebt weg. In plaats van een geestige ziekenhuiscomedy wordt het een soort hogere metafysica, met onnavolgbare dialogen en muzikale ontsporingen.