In het westen is het schaakspel populair, als individuele sport, waarbij het gaat om winnen en om strategisch denken. Zwart tegen wit en wég met die koningin. Een Chinees potje dammen kan daarentegen rustig anderhalf jaar duren. Het gaat niet om een veldslag maar om langzaam en gestaag gebied te veroveren. In China snappen ze niks van de romantiek van de eenzame held, de superindividualist die in het westen zowel in de cultuur als in de sport dominant is.
De tegenstelling tussen west en oost is is een van de vele, die aan bod komen in KISSINGER, een voorstelling van theatermaker Bo Tarenskeen en schrijver Joost de Vries. Het is een mooie, cerebrale oefening in denken geworden, met eenvoudige middelen gemaakt. Een monoloog van een goed uur, waarin genoeg aan bod komt om nog dagen over na te denken. Knap gedoseerd en mooi ernstig gespeeld door Tarenskeen.
Het uitgangspunt vormt het leven van de 'geniale diplomaat' Henry Kissinger (1923), die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg vanwege zijn rol in de Vietnamoorlog. Pas in het tweede deel van de voorstelling wordt zijn naam genoemd en een ultrakorte samenvatting van zijn levensloop gegeven. Uit de schaarse feiten wordt duidelijk hoe amoreel hij in feite was (is), maar het gaat de makers niet om een eenvoudige geschiedenisles over goed of fout. In plaats daarvan gaan ze op zoek naar de betekenis van één van de meest omstreden en bepalende figuren van onze tijd.
Met raffinement worden allerlei thema's aan elkaar gekoppeld. Geschiedenis als een historical fallacy: als je terugblikt op gebeurtenissen uit het verleden moet je kijken naar de situatie van dat moment. En in hoeverre is het mogelijk om rationeel te blijven in een wereld die steeds emotioneler wordt?
Een mooi begrip is kintsugi, de techniek om een gebroken vaas te herstellen met lijm vermengd met gouddraad. In plaats van iets dat zijn waarde verloren heeft, wordt het een voorwerp dat uniek is en kostbaarder dan het origineel.
De monoloog wordt gehouden door Tarenskeen die links op het toneel begint, aanvankelijk in keurig zwart pak inclusief strik, en halverwege oversteekt naar de andere kant, waar hij zich schminkt als een oosterse krijger.
Intussen gaat het ook nog over theater als 'de meest absurde en overbodige kunstvorm die er is.' Het is een erudiete monoloog, vol ideeën die op associatieve wijze zijn verbonden en door de toeschouwer aan elkaar moeten worden gelijmd. Als deze de kintsugi-techniek hanteert, wordt het een mooi bouwwerk.