Drie echtparen, drie levens, drie treurige geschiednissen. Drie voor de prijs van één!, roept de folder olijk. Zomertrilogie is de Nederlandse vertaling van Munchener Kindl (1973), een drieluik van de hier vooral door de ensceneringen van Hollandia bekend geworden Duitse auteur Franz Xaver Kroetz. In sobere, alledaagse dialogen schetst Kroetz een tamelijk genadeloos portret van het boeren-of arbeidersbestaan. Hoe veraf dan wel dichtbij dat milieu van ons af staat, hangt sterk af van de invalshoek die de regisseur kiest. Don Duyns regisseerde Zomertrilogie glashelder en hoewel het gaat om drie schetsen uit het leven van Jan en Mien Modaal, zijn ze herkenbaar genoeg.

De toon wisselt sterk. In het eerste deel Hartelijke groeten uit Grado hebben de acteurs onmiddellijk de lachers op hun hand. De dialogen tussen het jonge echtpaar Karl en Hilda, eindelijk op vakantie van hun zuurverdiende centen, zijn even droevig als hilarisch. Hun behoefte om te genieten is groot, maar geplet door het dagelijks geploeter. Onder het motto:"we moeten genieten, want het heeft genoeg gekost" wordt elk werkelijk genot in de kiem gesmoord. Met roerende naïviteit en blijmoedigheid blikken de twee acteurs, Dick van den Toorn en Debbie Korper de wereld in vanaf hun balkon dat maar heel in de verte op zee uitziet, want meer kunnen ze zich niet veroorloven. Geld maakt een allesoverheersend deel uit van het leven, bijvoorbeeld van de maag, want de bij het volpension behorende maaltijden dienen genuttigd, honger of geen honger. In korte scènes wordt vanaf hun balkonnetje in Grado duidelijk hoe weinig tederheid en geluk Karl en Hilda in het gewone leven is beschoren.

In Balans gaat het om een ouder echtpaar dat terugkijkt op hun leven. De man wordt gekweld door de gedachte dat hij zich geen uur van zijn leven kan herinneren dat belangwekkend genoeg was om te onthouden. "Dat moet je uit je hoofd zetten, wij zijn nu eenmaal doorsnee mensen.", antwoordt zij. Ook in het laatste stuk Van Harte Beterschap wordt vooral om de zaak heen gepraat. Over navelsinaasappels, de aanschaf van een koptelefoon voor in het ziekenhuis (zonde van het geld als hij toch gauw doodgaat...), het eventuele uitlenen van de auto aan een familielid, over van alles wordt gepraat, behalve over waar het om gaat. De angst voor de dood, de confrontatie met het naderende einde na een leven dat niet is geworden wat ervan gehoopt werd.

Alle drie de stukken laten mensen zien die zich vastklampen aan clichés, uit onvermogen om de realiteit onder ogen te zien. De dialogen van Kroetz zijn even simpel als veelzeggend en ze worden mooi gespeeld door Debbie Korper en Dick van den Toorn die allebei zowel droogkomisch erg sterk zijn als goed kunnen vertragen en verstillen. Zomertrilogie is in de ware zin des woords een tragikomedie; je kunt er even hard om lachen als om huilen.