Aan de marketing zal het niet liggen. Voor de deur van Delamar staat een zwarte limousine met reclameslogans, het programmaboek is een dure glossy vol advertorials, waar een gemiddeld maandblad alleen maar van kan dromen en je kunt meedoen met de Haantjes Award. Onder daverend mediageweld, drie draaiende cameraploegen inclusief rode loper en veel BN-ers, is gisteravond in een afgeladen Delamar de voorstelling Haantjes, naar de gelijknamige bestseller van Kluun, in première gegaan. Haantjes is een soort lichte variant vanKaas, het beroemde boek van Elsschot, over het verkopen van gebakken lucht. Het is een verhaal met een minimum aan dramatische spanning en het is dan ook verbazingwekkend dat er een theaterbewerking van is gemaakt. Theater moet het meestal hebben van enige dramatische ontwikkeling, een spanningsboog, een verhaal met een begin, een midden en een eind. Daar is amper sprake van: vanaf het begin is al duidelijk hoe het af gaat lopen met de poging van twee reclamemannen om in 1998 een grote slag te slaan: het project mislukt. Einde verhaal.
In de voorstelling wordt het verhaal van dat fiasco keurig chronologisch afgehandeld: hoe ze op het idee kwamen om roze vlaggen te produceren voor de Gay Games, hoe ze vervolgens op zoek gingen naar een vlaggenleverancier (waaronder natuurlijk weer een gekke Brabo met een zachte g) en hoe ze die vlaggen uiteindelijk aan de straatstenen niet kwijt konden.
In korte scènes wordt het optimisme van vlak voor demillenniumwisselinggeschetst: de beurs floreert, het Amsterdamse nachtleven bruist en de reclamewereld is booming business. Er is nog geen sprake van crisis en de gulden rolt nog lekker; de vrouw van Stijn heet Carmen, net als in het autobiografische Komt een vrouw bij de dokter, en hun dochtertje Luna is net geboren.
Het stuk wordt gespeeld met maar drie acteurs die een groot aantal rollen op zich nemen.Steracteur Daniël Boissevain speelt de hoofdrol van Kluuns alter ego Stijn en Harpert Michielsen is de collega en vriend Frenk. Peggy Vrijens speelt de rol van de secretaresse Maud (met wie Stijn uiteraard vreemdgaat), maar ook die van Carmen, de vrouw van Stijn en diverse kleine rollen. Ze doet dat prima, schakelt snel van het ene typetje naar het andere en dat geldt ook voor de heren. Het ligt dan ook niet aan de acteurs die ervan maken wat ervan te maken valt. Het ligt ook niet aan de vormgeving: er is een mooi hightech decor waarmee snel wisselende locaties kunnen worden gecreëerd. Toch overheerst aan het slot teleurstelling. Haantjes haalt het niet bij Kaas van Willem Elsschot. De personages zijn van het bekende bordkarton, enigespanning is afwezig, de cliché's over homo's en seks zijn flauw en de grappen maken een gedateerde indruk. Het zal wel goed verkopen.