Aan de muur hangt een boterham in een lijstje. Opzij staat een platenspeler, midden op het toneel twee ouderwetse schommelstoelen, een plastic palm en twee pied de stalles. Twee mannen lopen elkaar tegemoet: de een in sjofele kleding met een ijsmuts op zijn hoofd, de ander in overhemd en een verfomfaaide bruine gleufhoed. Ze lopen op elkaar af, kijken straal langs elkaar heen, lopen door tot de muur en beginnen opnieuw. Na een paar keer schenken ze elkaar een kort knikje, een teken van herkenning; een tijdje later volgt een handdruk en daarna zelfs een gemoedelijk schouderklopje. De keer erna maken ze een praatje over het weer en dan is het hek van de dam. Ze doen hun jassen uit en kleden zich zwijgend en bedachtzaam uit. Nog steeds is er geen woord gezegd in de voorstelling als de twee mannen naakt, de handen krampachtig voor het kruis en zeer onhandig, op de veel te kleine pied de stalles plaatsnemen. Op de grond ligt een stapel boeken die je alleen nog in kringloopwinkels of op het Waterlooplein vindt: afgedankte encyclopedieën uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Om beurten zoeken de mannen naar een boek dat naar hun gading is, opnieuw zorgvuldig de schaamstreek bedekkend, nu met de boeken die ze om beurten uit de stapel trekken: 'Bos en Woud', 'Het leven van de Nederlander', 'Ongerept China' of '1000 tractoren'. Het levert telkens een lachsalvo op.

In BAMBIE NUL gaat Mimetheatergroep Bambie terug naar het begin der dingen. Op zoek naar het absolute nulpunt. Na een stille periode begonnen Van der Laan en Stavenuiter twee jaar geleden weer bij de basis: met zijn tweeën op de vloer uitzoeken waar het ook alweer om gaat in een voorstelling zonder vooropgezet concept of plan. Vorig jaar maakten ze een zeer overtuigende comeback in Bambie is back!. En nu gaan ze op tournee met Bambie Nul. Filosofische en fysieke slapstick over de treurnis én de schoonheid van de mislukking, noemen ze het zelf. 

De voorstelling is in de verte geïnspireerd op of door Flauberts geweldige roman Bouvard et Pécuchet, over twee nogal naïeve heertjes die met vereende krachten proberen het Wereldraadsel op te lossen. Amechtig trachten ze vat te krijgen op de dingen door telkens nieuwe delen van het bestaan te onderzoeken, meestal met hopeloos resultaat. Zo bladert Stavenuiter, al prevelend, door een van de encyclopedieën, een medisch handboek om te snappen hoe het menselijk lichaam werkt. In een hilarische scène tracht hij het heelal te vangen als een schilderij en als dat te moeilijk blijkt, een portret te maken van de braaf poserende Van der Laan. Het leidt tot een briljante satire op Malevich' beroemde zwarte schilderij.

De scènes zijn geestig, maar hebben soms ook een zwarte ondertoon. Maar de aandoenlijke onhandigheid en de droge humor van de mannen maken de ondertitel meer dan waar: een grote zoektocht in het kleine.