Wie heeft niet ooit Tien kleine negertjes gelezen? Een van de meest beroemde boeken van Agatha Christie, vele malen verfilmd en op de planken gebracht. Inmiddels heet het stuk En toen waren er nog maar..., vanwege de politiek niet erg correcte lading van de oorspronkelijke titel. Het wordt dit seizoen opnieuw uitgebracht door het Thriller Theater dat zich ten doel stelt 'het publiek te voorzien van spannende theateravonden'. Hoe spannend is anno 2004 de toneelversie van het stuk uit 1940 nog? Heeft de plot de tand des tijds doorstaan? En vooral, hoe zorg je ervoor dat het publiek dat ruim zestig jaar na dato gewend is geraakt aan bloedstollende thrillers in de bioscoop en op televisie, een spannende avond beleeft aan zo'n klassiek stuk? 

Het decor laat de salon van een sjiek Engels landhuis zien. De whiskybar staat prominent op de voorgrond en de tuindeuren bieden uitzicht op een telkens veranderende, dreigende wolkenlucht. Als de deuren opengaan, buldert de storm buiten, alhoewel bij de première het sluiten van de deuren en het wegsterven van het geluid niet bepaald synchroon liepen. De tien personages maken een voor een hun entree. Ze gedragen zich als de stereotypen van een halve eeuw geleden: de generaal heeft de uitstraling van een houwdegen, de dokter is verstrooid en sjouwt zijn dokterstas overal mee naar toe en de butler schenkt zichzelf telkens een stiekem bodempje whisky in.

In regie en vormgeving is gekozen voor een naturalistische aanpak, hoewel sommige acteurs, al dan niet in opdracht van regisseur Mette Bouhuijs, toch een andere invulling aan hun personage hebben gegeven. George van Houts kiest als dokter Armstrong voor een karikaturale aanpak. Zijn personage doet sterk denken aan inspecteur Columbo met zijn gebogen gestalte, zijn opverende motoriek en zijn priemende blik. Leonoor Pauw zet op geestige wijze, goed gebruikmakend van lichaamstaal, de onkreukbare, nooit van haar principes afwijkende Emily Brent neer.

Ondanks kleine, min of meer actualiserende ingrepen, roept de enscenering een bijna vooroorlogse sfeer op, alsof de tijd heeft stilgestaan. Suggestieve muziekflarden begeleiden de handeling; telkens als er gevaar dreigt, wordt dat door de aanzwellende muziek benadrukt. De personages zijn eendimensionaal en vlak, terwijl als je het boek herleest, de karakters toch aanzienlijk interessanter blijken te zijn. Spannend is het in elk geval niet. In het beste geval kun je spreken van een onderhoudende avond voor een publiek dat terugverlangt naar de veilige geborgenheid van 'die goeie ouwe tijd'.