Het is een mooi schilderij, een echte Alex van Warmerdam, een knoestig portret van een oudere man, Distel. Hij is de grote afwezige en tegelijk degene die de familie eindelijk weer eens bij elkaar brengt. Distel is twee jaar geleden overleden en zijn weduwe en twee zoons komen voor het eerst sinds zijn dood bij elkaar vanwege de plechtige onthulling van het levensgrote schilderij. Ook de minnares van Distel komt ruim voor het officiƫle deel al aan.
In Distel toont Rob de Graaf een totaal verscheurde en verknipte familie: de verhoudingen waren al wankel en zijn door de dood van de echtgenoot/vader/minnaar op scherp komen te staan. In feite is het een treurig verhaal over oudere mannen en minnaressen, over ambitieuze vaders die er niet zijn voor hun kinderen en over hoe verschillend mensen de werkelijkheid kunnen interpreteren. En vooral over de verstikkende omhelzing waarin gezinsleden elkaar kunnen houden. Langzaam maar zeker wordt er iets prijsgegeven van de familiegeheimen en wordt meer duidelijk over wie Distel was en waarom hij is gestorven.
Een eenvoudig gezinsdrama, al schrijft Rob de Graaf altijd prachtige teksten en staan er ook nu weer mooie, schurende zinnen in zijn stuk. Gelukkig heeft Michiel de Regt, die furore maakte bij de Toneelschuurproducties met prachtige voorstellingen als Antigone, Wreed en Teder en Wachten op de Barbaren, en die zich nu voor langere tijd aan Orkater heeft verbonden, er een prettig gestoord, muzikaal en absurdistisch geheel van gemaakt.
Om te beginnen met de band die hoog op een platform centraal in de ruimte staat. Roald van Oosten en zijn bandleden hebben een dodenmis geschreven, waarin ze het Kyrie en het Agnus Dei nonchalant verbinden met retro-elektronica en melancholieke songs, mooi gezongen en gespeeld.
In de tweede plaats met totaal uitvergroot spel: de acteurs munten uit in idiote tics. De moeder (Juul Vrijdag) is totaal verzenuwd en probeert dat te verbergen door zo weinig mogelijk te bewegen in haar malle rode broekpak met een grijze 'net van de kapper'-coupe; de ene zoon (Mattias van de Vijver) zit in een rolstoel en probeert de boel te sussen; de ander (Jan-Paul Buijs) is verschrikkelijk boos op de wereld en vooral op zijn vader en jaagt graag iedereen op stang. De minnares tenslotte (Jacqueline Blom) is de meest normale, haar verdriet lijkt gemeend. Af en toe wringt het absurdistische spel waarin de dialogen meestal stokken, sommige woorden eindeloos herhaald worden, een gimmick die op den duur gaat irriteren, en waardoor de personages niet echt tot leven komen. Het zijn malle constructies, buitengewoon knap gespeeld, dat wel.
De voorstelling eindigt met een verstild familieportret. Braaf zitten ze allemaal om het portret van Distel, klaar voor de foto. De opening kan beginnen, de schone schijn wordt opgehouden.