Wie destijds Wilde Lea (1991) van de Blauwe Maandag Compagnie heeft gezien met de toen nog piepjonge Els Dottermans in de hoofdrol, zal reikhalzend hebben uitgezien naar de voorstelling Was will das Weib? Zij maakte furore als 'rockchick met ballen'. Een paar jaar geleden heeft ze met Wim Opbroukx een muzikaal programma gemaakt, dat stond als een huis. En nu gaat de gelauwerde Vlaamse actrice solo, met een liedjesprogramma dat als rode draad de aan Sigmund Freud op zijn sterfbed toegeschreven noodkreet heeft: Was will das Weib?

Wat wil die vrouw nou eigenlijk? Dottermans maakt duidelijk dat er niet zoiets bestaat als 'de' vrouw' , net zo min trouwens als 'de' man. Een rode divan op een lichtelijk hoerig kleedje staat centraal in het decor van de voorstelling, een voor de hand liggende verwijzing naar de psychologie, voor het gemak vertegenwoordigd door Sigmund Freud. Zij spreekt zich meteen fel uit tegen de oervader van de psychologie: volgens haar behandelde hij uiteindelijk vooral neurotische nymfomanen en manische martelaressen. Een 'gewone vrouw' kwam bij hem de deur niet in. Voor de teksten liet zij zich bijstaan door Connie Palmen: 'Ik ken vrouwen in alle soorten en maten. Ik ken sloeries en sloven, hoeren en heiligen, moeders en matrones, dwepers en deurmatten, slettenbakken en slijmjurken, kwezels en krengen, trutten en truttebellen.....'.

Heel diep gaat het allemaal niet; het zijn vooral speldenprikjes die Dottermans uitdeelt. Vooral het begin is nog wat tam. Gaandeweg ontpopt zij zich als een verdienstelijke zangeres die een breed repertoire aan kan: van klassiekers tot popmuziek, chansons en blues.Met een rockband achter zich, in een nepleren broek en een glittertruitje, zingt ze een aantal evergreens, af en toe onderbroken door korte, persoonlijke teksten. Centraal in het programma staat, hoe kan het ook anders, de liefde. Het hunkeren naar liefde, jaloezie en overspel, de verschillen tussen man en vrouw en de relationele perikelen; bij elkaar heeft het, behalve kasten vol literatuur en films, ook een schier eindeloze reeks popsongs opgeleverd. Dottermans heeft een heel eigenzinnige keuze gemaakt en een aantal liedteksten is speciaal vertaald voor de voorstelling, zoals Barbara Streisands 'Woman in love', waarvan Oscar Van den Boogaard het gevoelige 'Vrouw aan de rand' maakte. Niet alle songs zijn even sterk, maar de energie en de theatrale persoonlijkheid van Els Dottermans maken de voorstelling toch tot een feestje, vol afwisseling tussen cynisme, ontroering en humor. Van dat laatste vormde het hilarische Liefdesliedje van Katinka Polderman een hoogtepunt: 'Wist je dat er voor een vrouw niets heerlijkers bestaat dan die goddelijke smaak van vers en lauwwarm zaad ?'

Een antwoord op de vraag 'Was will das Weib?' komt er natuurlijk niet, wel een wijze raad van La Dottermans: een goed wijf wil lachen.