Het boek van Bert Wagendorp was een groot succes, sinds mei draait de film Ventoux in de bioscopen en nu is er ook de toneelbewerking. Gemaakt door George van Houts, die onder andere met De Verleiders heeft laten zien hoe je interessant theater kunt maken.
Ventoux gaat over hopeloze liefde, verraad tussen vrienden en schuldgevoelens, waarbij het beklimmen van de Mont Ventoux vooral voor de couleur locale zorgt en als metafoor dient voor de emotionele pieken en dalen. Centraal staan vier vrienden van het slag 'niet lullen maar poetsen', die op hun achttiende allemaal verliefd zijn op dat ene, mooie meisje Laura. Ook de raadselachtige, maar intrigerende dichter Peter sluit zich aan bij de vriendengroep en natuurlijk valt Laura vooral op hem. Tijdens een afdaling op de Mont Ventoux verongelukt Peter en verdwijnt Laura uit hun leven. Als het verhaal begint, ontmoeten de vier vrienden elkaar weer voor het eerst na dertig jaar. Net als in het boek, wordt het verhaal ook in de toneelbewerking verteld vanuit het perspectief van Bart. Met microfoon in de hand is hij de alwetende verteller die terugkijkt op een dramatische geschiedenis uit het verleden; zonder microfoon is hij gewoon Bart, een van de vier vrienden. Beurtelings worden flarden uit die rampzalig verlopen zomer ruim dertig jaar geleden gespeeld en ontmoetingen van de vier vrienden nu. Ze besluiten opnieuw de Mont Ventoux te beklimmen, niet uit liefde voor het fietsen of om de sluimerende midlifecrisis te lijf te gaan, maar vooral uit een behoefte aan rouwverwerking.
In de film wordt met een dubbele cast gewerkt: met twintigers voor de flashbacks en met vijftigers wanneer de scènes zich in het heden afspelen. Op toneel is ervoor gekozen om de verbeelding zijn werk te laten doen. Dat kan soms heel goed werken maar in dit geval moet de toeschouwer wel heel erg zijn best doen. Twee uur lang staan de vier acteurs op dezelfde plek, nagenoeg zonder te bewegen. Interactie is er amper. Het is verteltheater, waarbij de acteurs om beurten hun gedachten formuleren. Het decor bestaat uit een abstracte slingervorm, een verbeelding van een slingerweg omhoog naar de top. De acteurs zijn gevangen in twee s-vormige bochten zodat het lijkt alsof het vier priesters zijn achter hun kansel. Of sprekers op een gewichtige vergadering. Af en toe is er een muziekje waarbij ze even loskomen van hun plek, of ze spelen dat ze aan het fietsen zijn. Het is een soort luisterboek, met af en toe een plaatje bij de praatjes. En eigenlijk is dat vooral een zwaktebod. Want als er sprake is van de eerste ontmoeting met Laura zien we op video de mooie, blonde actrice Dominique Sanda en later worden ter illustratie wat stills van Italiaanse films getoond of beelden van een bergbeklimming. Ha fijn, plaatjes, denk je dan. Maar juist zo'n mysterieuze Laura zou je beter aan de verbeelding van de toeschouwer kunnen overlaten. Het gestileerde filmpje van Sanda, hoe mooi ook, is bovendien zo'n cliché gelikt plaatje dat ze zo door zou kunnen voor de shampooreclame. Aan de ene kant maken ze het zichzelf ontzettend moeilijk (door de keuze voor zo'n statische vertelvorm), aan de andere kant weer te gemakkelijk.