Linda en Berry willen graag fatsoenlijke mensen zijn; er is al genoeg ellende op de wereld tenslotte. Dus als hun zoon twee tanden is kwijtgeraakt na een gevecht op school, nodigen ze de ouders van de dader uit voor een goed gesprek. Die zijn wat minder geneigd tot morele superioriteit.

De God van de Slachting van Yasmina Reza dateert uit 2006 en is inmiddels al veelvuldig gespeeld. Polanski maakte in 2011 Carnage, een geweldige film met onder andere Jodie Foster en Kate Winslet; in Haarlem waren eerder de versie van NTGent en een vrije productie met Huub Stapel, Johanna ter Steege, Anneke Blok en Paul R. Kooij te zien. Het is dan ook een briljant stuk. Heerlijk om te zien hoe het totaal uit de hand loopt: het begint met vier fatsoenlijke ouders, die in alle redelijkheid met elkaar overleggen in een open gesprek; langzaam maar zeker komen er steeds meer scheuren in het vernislaagje beschaving en aan het eind is de chaos compleet. Het begint met een kopje koffie en een stuk clafoutis, en een goed gesprek over de opvoeding van hun kinderen; aan het slot is er nogal wat sterke drank vergoten, blijken beide huwelijken gebaseerd op drijfzand en zijn alle vier de personages totaal uitgewoond.

Daar weet Haarlems eigen, onvolprezen toneelgezelschap Het Volk wel raad mee. Hun nieuwe voorstelling is een ware familiehappening, met Wigbolt en Minke Kruijver als Berry en Linda, en Bert Bunschoten en Karlijn Kruijver als Eelco en Annet. Linda is de sympathieke gastvrouw, een schrijfster met een grote interesse voor het wereldleed en voor kunst, een idealistische wereldverbeteraar; haar man Berry is een handelaar in huishoudelijke artikelen, een tikje sullig maar aanvankelijk zachtaardig en vriendelijk. Eelco is een advocaat met een te duur pak en cowboylaarzen, een volbloed cynicus die gelooft in de 'god van de slachting' oftewel in de wet van de sterkste. Als advocaat staat hij een dubieus farmaceutisch bedrijf bij en hij is – heel irritant – constant aan het bellen. Zijn echtgenote Linda (Karlijn Kruijver) doet iets met vermogensbeheer. De beide vrouwen beginnen een tikje tuttig en afstandelijk maar gaandeweg komen steeds meer emoties aan de oppervlakte. Het golft heen en weer: steeds worden er nieuwe coalities gesmeed. Verwijten tussen beide koppels, tussen de koppels onderling, mannen versus vrouwen, moeder versus moeder, vader versus vader: het wordt een strijd op alle facetten: opvoeding, sekse en relatie. Bert Bunschoten is geweldig op dreef als foute macho, Wigbolt onweerstaanbaar in zijn transformatie van pantoffelheld tot holbewoner met een kort lontje.

De taal is – als altijd bij Het Volk – van groot belang. Het is een stuk vol messcherpe dialogen en harde humor. De God van de Slachting – ondertitel: a funny tragedy – is in deze Volkversie vooral een goed gespeelde komedie, een (verbaal) slagveld, psychologische oorlogsvoering op hoog niveau.