Ze hebben elk hun vaste plek, de een links van het monument, de ander rechts. Krijn is een gereformeerde onderwijzer, Nico een katholieke bakker. Keurig in het pak, medailles op de borst gespeld. Samen vormen ze vanaf 1984 elk jaar de erewacht tijdens de dodenherdenking bij het plaatselijke oorlogsmonument.

Voor hun nieuwe voorstelling Veteranen heeft Bouke Oldenhof een speciaal op Het Volk toegesneden versie gemaakt van het Friestalige Feteranen, geïnspireerd op het boek Op klompen door de dessavan Hylke Speerstra.Verhalen van mannen die getekend zijn door de politionele acties in Nederlands-Indië, een oorlog die bij nader inzien vanwege het koloniale karakter misschien wel nooit gevoerd had mogen worden. Heel anders dan de Tweede Wereldoorlog waarin duidelijk was wie goed was en wie fout. 'Het kwaad zit diep, zeer diep', orakelt Krijn die krampachtig vasthoudt aan zijn vaste gewoontes. De gereformeerde onderwijzer wordt door Bert Bunschoten fraai neergezet: nerveus handenwringend, een en al misprijzen als er een kleinigheid afwijkt van de voorgeschreven regels, de mondhoeken naar beneden, de haviksogen heen en weer schietend om eventueel gevaar te lokaliseren. Wigbolt Kruijver is als Nico meer ontspannen, al blijkt al gauw dat hij aan beide oorlogen herinneringen heeft waar hij liever niet meer aan terugdenkt. Beide mannen lijden aan een posttraumatisch stresssyndroom, al is dat begrip in de jaren tachtig nog niet uitgevonden.

In Veteranenvolgen we hen tijdens negen dodenherdenkingen over meer dan dertig jaar, van 1984 tot 2018. Waarom de laatste herdenkingsplechtigheid in de toekomst moet plaatsvinden, is mij overigens niet duidelijk geworden. Subtiel wordt weergegeven hoe in de loop van die ruim dertig jaar maatschappelijke gebeurtenissen hun weerslag hebben op het leven van de mannen. Ook de gevallenen in Nederlands-Indië krijgen hun eigen monument.

Het decor bestaat uit een centraal staande houten zuil (het monument) waaraan telkens een nieuw bordje wordt gehangen waarmee de verspringende tijd wordt weergegeven. Aan weerszijden een vierkante tegel gras, waarop de heren van de Erewacht hun eerbiedwaardige taak vervullen. Aanvankelijk zijn het korte dialogen, waarin – vaak heel geestig – de verschillen duidelijk worden tussen de gereformeerde Krijn voor wie plicht en principes heilig zijn, en de eigenzinnige Nico die het leven wat laconieker bekijkt, katholiek tenslotte. Waar Krijn nog steeds stram in de houding staat, schilt Nico al zijn appeltje.

Aan het eind staan er twee zeer oude mannen: de een grotendeels door een beroerte verlamd, de ander het spoor volledig bijster: hij lijdt aan waandenkbeelden. Indrukwekkend hoe de twee mannen, ondanks alle verschillen en geloofskwesties, toch dichterbij elkaar zijn gekomen.