Wanneer weegt de liefde voor God zwaarder dan de liefde voor je kind? Hoe kan het dat moeders hun kind soms zelfs verstoten vanwege hun (gebrek aan) religie? Een vraag die zich steeds heviger opdrong aan Marcus Azzini, regisseur en artistiek leider van Oostpool. En een reden om deze keer, voor het eerst in twintig jaar, zelf op het podium te gaan staan, met de billen bloot.

Bij wie kan je beter terecht met dit soort vragen als bij Adelheid Roosen en Nazmiye Oral die zich hebben gespecialiseerd in voorstellingen over persoonlijke kwesties die vaak ook van maatschappelijk en politiek belang blijken. Zo komt het dat een katholieke man uit Brazilië (Azzini), een afvallige moslima (Nazmiye Oral, die onder veel meer een voorstelling maakte met en over haar Turkse moeder, Niet Meer Zonder Jou) en een niet-gelovige Koerd (Toksöz) samen een voorstelling hebben gemaakt, God is een moeder.

Het is een bijzonder persoonlijke voorstelling geworden waaraan ook het publiek deelneemt (wees niet bang, u hoeft niks engs te doen). Waarin de complexe omgang met het geloof in diverse culturen centraal staat, maar ook de (on)voorwaardelijke liefde tussen moeders en kinderen. De makers hebben met een aantal groot aantal homoseksuelen gesproken over hoe hun christelijke dan wel islamitische moeders omgingen met hun 'uit de kast komen', ervaringsverhalen die de spelers, naast hun persoonlijke belevenissen, met smaak opdienen. Het meeste indruk maken hun eigen, vaak tegenstrijdige emoties als het gaat om de liefde: de angst om afgewezen te worden vanwege hun seksuele voorkeur, of omdat ze het geloof van hun ouder(s) niet (meer) delen. Ontroerende verhalen die soms heel dichtbij komen. Zoals het verhaal van Nazmiye Oral, die vertelt hoe ze haar verstandelijk gehandicapte broer aanraadt om (nog) niet aan hun moeder te vertellen dat hij homoseksueel is. Doet ze dan eigenlijk niet hetzelfde als ze haar moeder verwijt: dingen verzwijgen, leugentjes 'om bestwil'? Is dat verstandig en liefdevol of juist het tegenovergestelde?

De vormgeving is even simpel als mooi en doeltreffend: de witte, lege ruimte wordt langzaam gevuld met foto's: grote portretten van hun moeders of van zichzelf als klein kind. Door telkens een andere invalshoek te kiezen, wordt God is een moeder allesbehalve een saaie praatvoorstelling: Sidar Toksöz laat zien hoe goed hij kan buikdansen en Nazmiye zingt hartverscheurend. De sfeer is open, kwetsbaar en begripvol.