Af en toe klinkt uit de luidspreker een mannenstem in het Japans. Hij bestelt een verse voorraad zoutstengels of vraagt zich af wanneer de sushi eindelijk komen. Ergens boven speelt zich kennelijk een feest af; de drie personages beneden houden zich bezig met glazen poetsen en jassen ophangen. Om de verveling te verdrijven, vertellen ze elkaar verhalen.
De Zindering is een nieuw stuk van Wanda Reisel dat wordt gespeeld door Dic van Duin, Ria Eimers en Marlies Heuer. Het is een mooie, enigszins raadselachtige tekst waarin platitudes, geestige anekdotes en poëtische passages moeiteloos in elkaar overlopen. De drie personages, Martin, Vik en Lili lijken elkaar goed te kennen. Soms vullen ze elkaars onafgemaakte zinnen aan, alsof ze allang weten hoe het verder gaat; soms vertelt iemand een verhaal dat de anderen lijkt te choqueren.
Langzaam lijk je meer te weten te komen over de personages en hun onderlinge verhouding, maar telkens word je op het verkeerde been gezet. Kennen ze elkaar eenvoudig van het werk of van een cursus Japans of is er sprake van een gecompliceerde driehoeksverhouding? Hoe innig zijn hun levens verweven? Geloven ze elkaars verhalen of weten ze allang hoe de vork in elkaar steekt?
Reisel speelt een geraffineerd spel met werkelijkheid en illusie, dat door de drie acteurs geloofwaardig in scene wordt gezet. Net als in de taal, wordt ook in de speelstijl permanent gemanoeuvreerd tussen inleving en vervreemding. Vik (Ria Eimers) is het meest aards en direct; zij slobbert bamisoep uit een beker en straalt aan alle kanten zinnelijke lust uit. Zij lijkt te kiezen voor het hier en nu, terwijl Lili (Marlies Heuer) aan het eind van het stuk uit de beklemming breekt, om een ongewisse toekomst tegemoet te gaan. Martin kiest voor het verleden. Een groot deel van zijn leven heeft hij gewijd aan de drank en halverwege het stuk mixt hij een moorddadige cocktail van gin, jenever, wodka en rum.
De vormgeving roept net zoveel vragen op. Waarom zijn de dames voorzien van doorzichtige vleugels en een zilveren aureool? Waarom bevinden zij zich in een burgermans slaapkamer ergens in de jaren zestig: bloemetjestapijt, een groot bed met een ouderwetse sprei met ruches en wanstaltig lelijke schemerlampen? Wat heeft dit alles te betekenen? Duidelijkheid wordt niet gegeven, maar daar gaat het stuk nu juist over. De waarheid bestaat niet, er bestaan alleen maar verhalen. En gelukkig wordt in deze voorstelling ruim baan gemaakt voor verhalen die tot de verbeelding spreken en voor de broodnodige humor.