Precies honderd jaar geleden verscheen The Turn of the Screw van de Engels Amerikaanse schrijver Henry James, een verhaal in de beste traditie van de Gothic Novel. "Fantastisch, huiveringwekkend, gruwelijk", schreef collega Oscar Wilde destijds. Het verhaal gaat over twee jonge kinderen die in de macht zijn geraakt van twee door en door gecorrumpeerde bedienden. Na hun dood keren de bedienden als geesten terug naar het landhuis en proberen hen te verleiden zich aan hun duivelse krachten over te geven.
Matin van Veldhuizen maakte onder de titel In de Greep van het Kwaad een bewerking, waarin ze dichtbij de traditie van het griezelverhaal blijft. De theaterzaal van Carrousel is omgebouwd tot een eetzaal, waarin een immense tafel domineert, prachtig gedekt met fonkelend glaswerk en witte porseleinen theekopjes. Alleen de lelijke kunststof thermosflessen gevuld met koffie detoneren enigszins. De twee actrices, ervaren rot Ria Eimers en de debuterende Jara Lucieer, vertellen om beurten het vanuit de ik-vorm geschreven verhaal. De ik' is de nieuwe gouvernante die er gaandeweg achterkomt dat er met de kinderen die zo imponeren door hun "onaardse schoonheid en goedheid" iets niet helemaal klopt. Naast elkaar zitten de actrices in fraaie roodfluwelen pakken aan het hoofdeinde van de tafel, waar het publiek omheen zit, terwijl ze het script voor zich hebben liggen. Op onnadrukkelijke wijze wordt de geschiedenis opgedist. Zo nu en dan wordt de vertellende speelwijze doorbroken door er een scène uit te lichten in dialoogvorm of nadrukkelijk gemaakt doordat de actrices een (gedeelte van een) zin tegelijkertijd uitspreken. Het even in de personages kruipen via de dialoogvorm werkt beter dan die samenzang, die een te bedachte indruk maakt; alsof de regisseur bang is dat het publiek zich gaat vervelen, terwijl de kracht van de voorstelling nu juist ligt in de eenvoud.
De debuterende Jara Lucieer, die dit jaar afstudeert aan de Arnhemse Toneelschool, heeft een vanzelfsprekend naturel en frisheid die mooi contrasteert met de meer naar de donkere zijde van de mens neigende en wat oudere Eimers. Echt griezelen wordt het overigens niet, ondanks de huiveringwekkende thematiek van twee mooie, jonge kinderen die "verzonken zijn in visioenen van de doden, terwijl ze voorwenden sprookjes te lezen." Door de heldere, sobere vertelwijze zonder theatrale opsmuk blijf je aan de buitenkant van het verhaal staan en blijft de echte beklemming uit.