"Wat vliegt de tijd als je plezier hebt!" Met moeite trekt Gogo zich terug uit de omhelzing met zijn vriend Didi. Dromerig nagenietend loopt hij langzaam bij hem weg, de ogen nog half gesloten, zoals poezen dat zo mooi kunnen.

De omhelzingen tussen de twee eenzame zwervers vormen een van de weinige lichtpunten in hun lege en zinloze levens. Met wachten brengen ze hun tijd door, met wachten op een zekere Godot. Of Godot echt bestaat, wordt niet duidelijk; voor Vladimir (Didi) en Estragon (Gogo) vormt hij in elk geval de enige reden om hun treurige bestaan vol te houden. Na de hilarische enscenering van Koos Terpstra die eerder dit seizoen Becketts beroemde Wachten op Godot bij het Noord Nederlands Toneel uitbracht, is nu de versie van Dood Paard te zien.

De vormgeving is eenvoudig, maar effectief. Houten klapstoelen vormen een belangrijk element. Tot drie keer toe worden ze op keurige stapels gelegd. Vervolgens wordt met man en macht gewerkt aan een nieuwe stapel van kruiselings op elkaar gelegde stoelen die, onvermijdelijk, als hij te hoog wordt, telkens weer instort, een ravage achterlatend waar de personages op het toneel overheen moeten klauteren. Een fraaie metafoor voor de zinloosheid van het bestaan die in deze tragikomedie het centrale thema vormt. De achtergrond van het decor wordt gevormd door gordijnen waarop vaag een landschap zichtbaar wordt. Op de vloer liggen platen met afbeeldingen van pin ups uit de jaren zestig, in ietwat verschoten, ooit felle kleuren rood en blauw. Een primitief model binnenhuisantenne doet dienst als de boom, waar Didi en Gogo het steeds over hebben.

In deze entourage waaruit een verlangen spreekt naar een wereld waaraan Gogo en Didi nooit hebben deelgenomen, dolen de zwervers rond. Met hun zwarte bolhoeden en binnenstebuiten aangetrokken broeken overtuigen Oscar van Woensel en Kuno Bakker als een tijdloos soort zwervers. Vooral Oscar overtuigt met zijn schichtige, naar binnen gekeerde blik, als een straatjunk die al te lang niet gescoord heeft. Ook de rollen van Lucky en Pozzo, de meester en zijn slaaf die tot twee maal toe langstrekken, worden sterk bezet en leveren komische momenten op. De speelstijl is onnadrukkelijk, bijna achteloos. Waar bij het Noord Nederlands Toneel teveel de lol werd nagestreefd, is in deze enscenering subtiliteit en ontroering te vinden. Wachten op Godot is een sterke voorstelling, waarin de tragische en de komische kant elkaar mooi in evenwicht houden.