Het begint en eindigt met het geluid van serviesgoed dat kapot wordt gegooid. In die zin heeft Elmer Schönberger met Broei een klassiek stuk geschreven: de cirkel is rond met een proloog, drie bedrijven en een epiloog. Centraal staat een ouder stel, Kid en Slé, dat op hun bloemetjesbank eindeloos kibbelt, zoals alleen mensen die al heel lang samenwonen dat kunnen. Hij knipt belangwekkende artikelen uit, zij schrijft een ingezonden brief aan de krant. Geld speelt kennelijk geen rol, ze zijn ruimschoots boven jan, al wil zij hem er wel graag geregeld op wijzen dat hij daar weinig aan heeft bijgedragen. Kinderen hebben ze niet en dat is nog steeds een gevoelig punt, vooral bij haar. In herkenbare en geestige dialogen wordt een beeld geschetst van een aan elkaar gewaagd stel. Als de man zich niet aan de ongeschreven regels houdt, blijkt de relatie helemaal niet zo stabiel en vanzelfsprekend en al gauw stijgt de zuurgraad in de gesprekken. Onlangs nog was Els Ingeborg Smits te zien in Mensenkinderen van Voskuil, ook een stuk over een echtpaar dat worstelt met elkaar en met een zware midlifecrisis. Zij is een rasechte comédienne, die als geen ander de ontluisterende, tegenstrijdige, valse en heus ook wel eens wat meer positieve gevoelens van de middelbare en/of ouder wordende vrouw weet te vertolken, tot in alle genadeloze details. Ze transformeert in no time van een klein meisje dat om aandacht smeekt naar een vals, jaloers kreng of een mooie, wijze vrouw en alles wat daartussenin zit. Dic van Duin (bekend van onder meer Hertenkamp) biedt prima tegenspel en de jonge Job Emens speelt knap naturel tegenover deze twee cracks. Broei is het vierde toneelstuk van Elmer Schönberger, van huis uit musicoloog en componist, maar ook bekend als journalist en schrijver. Zijn muzikale achtergrond wordt voelbaar in de dialogen, die soepel lopen en spitsvondig zijn. Het stuk is ontstaan op initiatief van de acteurs en letterlijk op het lijf geschreven van Els Ingeborg Smits en Dic van Duin. Het is een stuk vol verrassingen, waarin de verhoudingen heel anders blijken te liggen dan we aanvankelijk dachten en we aan het eind nog steeds niet zeker weten of de relationele schermutselingen rondom de mooie, jonge Charly nu realiteit zijn dan wel een mooie fantasie of wensdroom. Vooral het tweede bedrijf is eerder surrealistisch te noemen, met een geestige ober (een dubbelrol van Dic van Duin) die zich steeds meer bemoeit met zijn gasten. Schönberger balanceert knap op de grens tussen werkelijkheid en fantasie. De enscenering is simpel maar effectief, met een bloemetjesbankstel in twee delen dat in allerlei varianten dient als liefdesnest, loungeplek en huiselijk onderkomen. Seksuele identiteit, de altijd weer intrigerende verschillen tussen man en vrouw, de achteloze schoonheid van de jeugd, ouder worden en overleven: er broeit van alles in dit stuk dat je telkens op het verkeerde been zet, een even intelligente als geestige comedy of errors.