De clan van Alex is gehuld in smetteloos witte pakken: korte jassen met 'schoftbobbels' (schoudervullingen), stropdas met embleem, strakke broek en om het kruis een zogenaamde drilbekisting', een luxe uitvoering kruisbeschermer. Op die van Alex staat een tarantula afgebeeld. Geen vriendelijk beestje is dat maar Alex is dan ook niet de eerste de beste. Overdag gedraagt hij zich als keurige scholier, 's avonds tuigt hij voorbijgangers af. Geweld is bij hem geen middel maar doel geworden. De willekeurige slachtoffers worden niet om hun portemonnee maar om de kick gemolesteerd.

Een beangstigend actueel thema is het dat wordt aangesneden in A clockwork Orange, oorspronkelijk als een sciencefictionroman geschreven door Anthony Burgess (1962) en later wereldberoemd geworden door de verfilming van Stanley Kubrick (1971). Bij het Nationale Toneel maakt Lodewijk de Boer van A clockwork Orange een uitermate gestileerde theaterversie, misschien wel even indrukwekkend en angstaanjagend als de film ooit was. De vaart zit er van het begin af aan flink in: Alex (Victor Löw) spuugt zijn lange monologen bijna zonder adem te halen uit, in een staccato ritme en in een volstrekt eigen bargoens. Met zijn clan schuift hij in een strak vormgegeven choreografie over het podium, als een eigentijdse variant op de danspasjes van de frisse matrozen in 'Singing in the Rain'.

Het decor bestaat uit een verrijdbare stellage, die gedeeltelijk uit roestige platen bestaat. Dreigend rijdt het ding op het publiek af waardoor de handeling erg nabij en confronterend wordt; wanneer de stellage naar achter wordt verreden, ontstaat ruimte voor de talloze kleine decorwisselingen. De vele personages - de slachtoffers, de ouders van Alex, de reclasseringsambtenaar (een mooie rol van Huib Broos), de politiechef enzovoorts- worden kordaat neergezet. De held van de voorstelling is onbetwist Victor Löw. Hij maakt van Alex een fenomenale toneelpersoonlijkheid, een moderne Mephisto die met pretlichtjes in zijn ogen de meest vreselijke teksten uitbraakt, ondanks alles innemend door zijn haarscherpe observaties en zijn gevoel voor humor.

Een even grote glansrol, zij het achter de schermen, is weggelegd voor vertaler/bewerker Marcel Otten. Hij heeft het oorspronkelijke cockney-Engels fabelachtig bewerkt tot een volstrekt eigen, nieuwe turbotaal, waarbij hij rijkelijk put uit leenwoorden uit het Engels, Russisch, Italiaans, maar ook tal van neologismen bedenkt of associatieve en vaak eufemistische woordspelingen maakt. Bloed bijvoorbeeld noemt Alex 'vino classico', meisjes zijn 'strakke befkanaries', oren zijn 'bloemkolen', over de Heer wordt gesproken als 'Grote Klaas himself' en een walkman heet eenvoudig een 'wandelman'. Soms moet je je bloemkolen spitsen om de stroomvloed aan jargon te kunnen bijbenen.

Dankzij de fenomenale vertaling, de heldenrol van Victor Löw en de inventieve regie van Lodewijk de Boer is A Clockwork Orange een indrukwekkende theaterbelevenis. Een voorstelling die ongetwijfeld ook vragen zal oproepen over de morele implicaties, immers: het geweld zegeviert in A Clockwork Orange. In het slotbeeld danst Alex, na zijn moeder te hebben vermoord, een wezenloos dansje met de andere personages. "Into each life/ some rain must fall" klinkt het spottend op de achtergrond. Het contrast van deze melancholische tune met de zojuist vertoonde gruwelen komt hard aan.