De verschijning van Under Milk Wood (1954) was een sensatie en de vertaling van Hugo Claus een paar jaar later maakte al evenveel indruk. Het oorspronkelijk als hoorspel bedoelde stuk van Dylan Thomas riep destijds ook veel weerstand op vanwege de 'onzedelijke toestanden' die hij beschrijft. Een criticus van NRC Handelsblad schreef hoe hij 'met het vaste voornemen om tot barstenstoe te zondigen' de schouwburg had verlaten. De stijl van Dylan Thomas is dan ook ongelooflijk evocatief, beeldend en zinnelijk.

In Onder Melkwoud zijn wij getuige van de intiemste wensen, de dromen en diepste gedachten van de bewoners van een denkbeeldig Welsh stadje in één dag en nacht. Elk moralisme ontbreekt: de verteller, de blinde kapitein Kat, introduceert hen zonder enig waardeoordeel.

Vorig jaar, tijdens Zeeland Nazomerfestival (ZNF), brachten Jan Decleir en Koen De Sutter een nieuwe enscenering uit van Onder het melkwoud, waarin ze alle rollen samen vertolken. De voorstelling is zo lovend ontvangen dat er nu een tournee aan vast is gekoppeld.

Terecht, want hier zijn twee meestervertellers aan het woord. Koen de Sutter is hier niet zo bekend als in België, maar vormt een aangename verschijning en een goed tegenwicht tegen de imposante Jan Decleir, die een onwaarschijnlijke kracht en spelvreugde uitstraalt. Moeiteloos schakelt hij van de ene naar de andere rol. Gulzig, gepassioneerd en geestig: een feest om hem weer eens live op toneel te zien.

De voorstelling is eenvoudig geënsceneerd. De vertellers zitten naast elkaar op het podium, tussen en rondom hen allerlei percussie-instrumenten. Ze spelen met het hoorspelkarakter door bij elke scène de juiste geluiden te maken: ze laten klokken luiden, koeien loeien, draaien aan een muziekdoosje of spelen viool op een touw en ze zingen een ontroerend tweestemmig lied. Gaandeweg wordt de voorstelling steeds muzikaler. Onder het melkwoud is in eerste instantie, zoals de ondertitel luidt A Play for Voices. Er is geen plot, elke dramatische ontwikkeling ontbreekt. Er is alleen het verstrijken van de tijd en een willekeurige stroom van verhalen: Willy Nilly, de postbode die alle brieven openstoomt voor hij ze bezorgt, de altijd ruziemakende meneer en mevrouw Pugh die niet zonder en niet met elkaar kunnen en de hitsige Mae Rose Cottage die kringetjes rond haar tepels trekt met lippenstift. 'Ik ben slecht. God zal mij doodbliksemen. Ik ben zeventien. Ik ga regelrecht naar de hel', zegt zij tegen de geiten. 'Ik zal zondigen tot ik barst.' Je begrijpt die toneelcriticus van NRC wel.