Eerst was hij een held. Alles lukte: goede opleiding en achtergrond, fijn werk, mooie vrouw, het leven een feest. Tot hij ineens verstijfde, alles zijn glans verloor en hij te moe was om nog een stap te zetten. Ivanov is in de versie van Nina Spijkers een klassiek geval van depressie, een totale burn out.

De jonge, getalenteerde Spijkers maakte bij Toneelschuur Producties al eerder opzienbarende voorstellingen (Don Carlos,Phaedra's Love) en ook deze Ivanovis weer een feest om naar te kijken. Ivanovis een vroeg stuk van Tsjechov, minder strak in de verf dan zijn grote successen van later (De Kersentuin, Oom Wanja, Drie Zusters, Meeuw), maar al wel met alle hem typerende kenmerken: een dolend hoofdpersonage, aan lagerwal geraakte adel, verliefdheden die steevast op de verkeerde persoon gericht zijn en op niets uitlopen, een dokter met idealen, jonge mensen vol hoop, oude bedienden die trouwer zijn dan trouw. In de bewerking van Casper Vandeputte is flink geschrapt in het aantal personages, om te beginnen met de bedienden die geheel en al ontbreken. Ook de (veel te lange) tekst is flink ingekort en er is hedendaagse taal van gemaakt. Dat komt het stuk ten goede. Het decor van Katrin Bombe bestaat uit een lichte woonkamer met banken van schuimrubber, houten tafels met als enige rekwisieten witgelakte sanseveria's en de onvermijdelijke flessen wodka. Achter de crème gekleurde gordijnen blijken aan beide kanten nog twee identiek ingerichte woonkamers schuil te gaan. Een slim toneelbeeld waarmee duidelijk wordt gemaakt dat het elders heus niet zoveel beter is. Met de gordijnen wordt ook een geestig spel gespeeld; af en toe steekt er tijdens een gesprek tussen twee mensen achter hen ineens een hand of een been tussendoor. Een scheutje absurdisme dat lucht geeft aan de somberte die een depressieve hoofdpersoon met zich meebrengt. Gelukkig valt er wel meer te lachen, vooral om Hajo Bruins die als Borkin met verve een ongegeneerde zatlap speelt. Alle personages worden uitstekend gespeeld; het is een echt ensemble geworden, waarin op subtiele wijze de verhoudingen worden geschetst. Roeland Fernhout weet als de titelheld mooi alle schakeringen van een depressief persoon aan te brengen: de wanhoop, het schuldgevoel, de vermoeidheid maar ook de oplevingen, de kleine momenten van hoop, het verlangen naar een uitweg. Een razende Roeland is hij: aan alle kanten voel je de enorme drive en energie en aantrekkingskracht van Ivanov onder zijn Weltschmerz door schemeren. En begrijp je waarom het jonge buurmeisje Sasja valt op deze pathologische antiheld.

Spijkers zorgt voor een voorstelling waarin alle elementen – zeker ook het geluidsontwerp van Timo Merkies – bijdragen tot een totaalbeleving. Een Ivanov zoals Tsjechov 'm bedoeld zal hebben: evenzeer komedie als tragedie; de wanhoop vol lichtheid en humor.