Maar liefst vierenzeventig rollen had Goethe bedacht voor zijn allereerste echte toneelstuk, een onstuimig ridderdrama, gebaseerd op de autobiografische geschiedenis van de zestiende-eeuwse ridder Gotz von Berlichingen. Hij schreef het op zijn tweeëntwintigste, in zes weken tijd, onmiskenbaar geïnspireerd door Shakespeare. In de bewerking die 't Barre Land nu speelt zijn er ruim dertig rollen overgebleven die door de zeven acteurs op inventieve wijze worden 'gedubbeld'. Het gezelschap 't Barre Land is vijf jaar geleden opgericht door leerlingen van diverse theaterscholen, die inmiddels bijna allemaal zijn afgestudeerd en tot nu toe elke zomer samen een voorstelling maakten.

De keuze voor deze eersteling van Goethe lijkt bepaald door het Sturm und Drang -achtige karakter ervan. In 56 scenes op uiteenlopende locaties beschrijft Goethe het lot van de ridder met de ijzeren hand, nog een echte middeleeuwer wiens idealen verpletterd worden onder de druk van de veranderde tijd. De stoere ridder wordt gespeeld door een op het eerste gezicht niet zo voor de hand liggende keuze, namelijk door een vrouw. De kleine, stevige Margijn Bosch, het haar samengebonden in een kwieke paardenstaart, speelt haar rol vastberaden en doelgericht, zonder veel poespas. Een van de belangrijkste andere rollen, die van Adelheid von Walldorf, volgens tijdgenoten "de schoonste vrouw ter aarde", wordt daarentegen niet door een van de mannen gespeeld, maar keurig door de meest in aanmerking komende actrice, met gouden lokken, hoge hakken en kanten doorkijkbloesje.

Het verhaal is veel te complex om zelfs maar in een notendop samen te vatten; wat ervan blijft hangen is een met veel vaart, humor en kennelijk spelplezier neergezet spannend jongensboek, waar overigens geen enkele knokpartij of zwaardgevecht in voorkomt. Realisme streven de spelers duidelijk niet na, eerder een speelstijl die gebaseerd is op distantie, met een zweem van inleving. Dat levert geestige momenten op, bijvoorbeeld wanneer de bediende Franz -ongelukkig nadat hij onder druk van de verraderlijke Adelheid zijn meester heeft vermoord- afgaat: als hij de deur opendoet, krijgt hij een emmer water in zijn gezicht gesmeten. In de volgende scene vertelt iemand langs zijn neus weg dat Franz zich in de rivier de Main geworpen heeft.

Diepgang krijgt de voorstelling niet: al is het tragisch einde van Gotz von Berlichingen niet van tragiek ontbloot, het komt, na alle intriges en verwikkelingen, niet als een verrassing. Op echte sympathie mag dit laatste exemplaar van een uitstervend soort echter niet rekenen, daarvoor is de verhaalllijn te dun en te grillig. Goethe romantiseerde zijn Gotz als "ein echter Kerl", maar wat wij nog aanmoeten met deze onbeholpen Robin Hood die maar geen held wil worden, is de vraag.