Haar moeder is gestorven aan een onmogelijke liefde, haar zuster Ariadne aan een gebroken hart. Zelf lijdt ze al jaren onder een verboden hartstocht voor haar stiefzoon Hippolytus. Phèdre constateert al aan het begin van de voorstelling dat zij deel uitmaakt van een beklagenswaardig geslacht; de godin Venus heeft het niet begrepen op haar en de haren.

De tragedie Phèdre is in 1677 geschreven door de Franse classicistische dichter Jean Racine. Hij bewerkte het oorspronkelijke Griekse drama van Euripides in alexandrijnse verzen die fraai vertaald zijn door Laurens Spoor.

De titelrol wordt gespeeld door Ariane Schluter, die de verzen van Racine laat klinken alsof ze gisteren zijn bedacht. Ze laat elke nuance zien van de heftige emoties waardoor haar personage beheerst wordt. Op het moment dat ze hoort dat haar echtgenoot Theseus is gestorven, zie je in luttele seconden de gevoelens elkaar opvolgen: geschoktheid, verdriet, verwarring maar bovenal toch vooral een glimp van vreugde. Misschien is nu toch het onmogelijke mogelijk. Opgestookt door haar vertrouwelinge, de voedster Oenone, bekent Phèdre haar liefde aan Hippolytus, maar hij wijst haar af. Wanneer koning Theseus helemaal niet dood blijkt maar terugkeert naar het paleis, komen de gebeurtenissen in een stroomversnelling en slaat het noodlot toe.

De rol van Theseus wordt gespeeld door Jaap Spijkers die met zijn gouden maliënkolder en zwarte harige jas een macho uitstraling heeft. Als een bronstig mannetjesdier besnuffelt hij zijn vrouw bij thuiskomst. De kostuums (van Rien Bekkers) zijn mooi en relevant; vooral die van de vrouwen verbergen erotische lagen onder een deugdzame oppervlakte. Ook het licht van Reinier Tweebeke is bijzonder fraai. Phèdre speelt zich af in een sobere ruimte die wordt gedomineerd door een stalen tribune waar de spelers op en afrennen. Af en toe spreken de acteurs hun intieme gedachten uit in een van de twee microfoons die voor op het toneel staan.

De voorstelling, in regie van Johan Doesburg, is zorgvuldig gemaakt en er wordt ijzersterk gespeeld, vooral door Schluter en door Celia Nufaar als de voedster. Toch raakt het drama niet echt, misschien omdat de hedendaagse toeschouwer zich niet of in elk geval minder sterk kan identificeren met personages wiens lot uiteindelijk beslist wordt door de goden. Van vrijheid als individu is geen sprake, als mens ben je een speelbal in handen van hun grillen en machtsspelletjes. Wat Phèdre ook geprobeerd zou hebben om te ontsnappen aan haar lot, het zou vergeefs zijn.