"Zo. En wat nu?", hakkelt Peer van den Berg die door zijn collega's als bijna-veertiger eens fijn in het zonnetje wordt gezet op het toneel. Tja, wat nu? Peer weet het niet zo goed meer. Tijdens het repetitieproces vond hij, telkens wanneer hij weer wat nieuws bedacht had: "dit is leuk maar het kan ook anders." Dette, de enige vrouw in Suver Nuver, spreekt troostende woorden: "Al heb je maar één keer in je leven één iemand geraakt, dan nog is het de moeite waard geweest." Tegen die tijd is het grootste deel van het publiek allang afgehaakt, al houdt een enkeling er de moed in door overal hard om te lachen.

Suver Nuver heeft naam gemaakt met persoonlijke, brutale voorstellingen, zoals Pleisterwoede (met gehandicapten), Negerangst (met zwarte acteurs), en vorig jaar Risk. Ditmaal zijn ze er duidelijk niet uitgekomen. Nachtwerk is een aaneenschakeling van misverstanden, matheid en machteloosheid.

Twijfel kan een belangrijke, artistieke motor zijn, door Suver Nuver zelfs tot uitgangspunt verheven: "Ons artistiek credo is een artistiek dubio." Twijfel leidt vast en zeker tot vele prachtige, ontroerende en aan het denken zettende voorstellingen, maar ook tot veel navelstaarderij en niksigheid. "You are the centre of your little world as I am of mine", zingt een bepruikte en geestig uitgedoste Peer aan het eind van de voorstelling. Ik wil in een theatervoorstelling helemaal niet lastig gevallen worden met andermans little world' (of het moet goed gebeuren), maar graag geconfronteerd worden wat meer grootse gedachten en gevoelens. Nachtwerk ontbeert inspiratie. Waar het had moeten gaan om confrontaties met de nacht, de donkere kant in onszelf en andere spannende zaken, blijkt de uitwerking van de thematiek uitsluitend geconcentreerd rond het eigen, artistieke onvermogen. Nachtwerk begint met stilte, terwijl van achter de coulissen het binnenstromende publiek wordt becommentarieerd. Minutenlang lopen vervolgens Peer en Dette hand in hand over het toneel, gehuld in geen lichaamswelving verhullende gouden pakken, met sportschoenen aan en een microfoon voor hun neus, als sexy aliens. Daarna wordt er met een doodskist gezeuld - de angst voor dood en verval is een voor de hand liggend thema als het over de nachtzijden van het bestaan gaat, maar wordt helaas op geen enkel manier uitgewerkt -, een dansje gedaan, hysterisch in de telefoon gekrijst, van een gruwelijke moord verhaald, een duet gezongen, en - eigenlijk het grappigst- een scène in het Fries gespeeld. Als los zand hangen de ideetjes aan elkaar, om uit te monden in magere scènes die weigeren theater te worden.

Suver Nuver is het spoor kwijtgeraakt en op zoek naar het spook in zichzelf - de nachtmerries en angstvisioenen- gestuit op het spook van de artistieke onmacht.